En hoe is’t met je Minimaliesedinges daar?

“Ik wou dat ik dat ook kon hoor, zo alles minimaliseren”. Het klinkt soms alsof het een onmogelijke opdracht is om iets aan te pakken. In feite is het aanpakken van het gerief het minst moeilijke aspect van een rondje minimaliseren. Het zijn de beslissingen die je er telkens bij moet nemen die het meeste energie vragen. Wat ga je bewaren, wat doe je weg?

Ik ging vorige week mijn vriendin helpen in haar keuken. Ik was alleen thuis dat weekend met de kinderen en terwijl zij met elkaar speelden leegden wij elke kast en sorteerden we uit wat nog nodig was en wat niet. Het fijne aan zoiets doen met een vriendin: iedere keer als ze een excuus maakte om iets toch te bewaren kon ik met één opgetrokken wenkbrauw al duidelijk maken dat ze er toch nog eens moest over nadenken. Uiteindelijk vertrokken een 4-tal overvolle curverboxen uit de keuken en vulden we een halve PMD-zak.

Opmerkingen waar je bij het minimaliseren kritisch moet over nadenken als je jezelf ze hoort maken:

  • “Maar ik heb dat gekregen van oma toen ze haar huis leeg maakten”. Ik snap dat wel, het is niet gemakkelijk om gerief van een lieve oma te weigeren en “je kan altijd wel een extra pan gebruiken” maar als je eindigt met twee pureestampers die je schuiven blokkeren en er reeds 5 kurkentrekkers in de lade liggen als je nummer 6 erin deponeert is het toch van belang om die redenering eens in vraag te stellen.
  • “Maar misschien kunnen mijn kinderen dat later gebruiken als ze op kot gaan.” Onze kinderen zijn nu 10 jaar. Als ze binnen 8 jaar op kot gaan dan kijken we wel of we ergens een pureestamper kunnen vinden. Misschien heeft iemand er dan ook wel twee in zijn schuif liggen ergens. En eerlijk gezegd: toen ik op kot zat heb ik nooit puree gemaakt. Jij wel?
  • “Dat is voor als er volk komt”. Meestal zeg ik dan “Wanneer heb je dit voor het laatst gebruikt als er volk kwam”. Uiteraard moeten we dezer dagen nog eens veel dieper nadenken omdat we een jaar geen volk hebben ontvangen. Maar ik ga er van uit dat je geen 35 kleine potjes nodig heb om aperitiefhapjes in te presenteren. Zelf bezit ik er een 10-tal denk ik. Ik heb ook een 10-tal cornflakesbowls die ik voor vanalles gebruik, ik zet vooral in op multifunctioneel keukengerief. In het verleden heb ik nog feestjes gegeven voor 14 mensen, ik kwam nooit iets te kort.
  • “Deze kommetjes heb ik op reis gekocht, ik durf ze niet gebruiken omdat ze zo mooi zijn en ik er zo aan gehecht ben”. Jammer dat je mooie dingen in een keukenkast moet bewaren om er alleen maar nu en dan eens naar te kijken. Hoe fijn zou het zijn om je soep te kunnen drinken uit die kleurrijke kommetjes en de herinnering aan de reis te herbeleven tegelijkertijd? En als er ééntje breekt, dan is dat inderdaad spijtig, maar je zal er nog altijd meer plezier aan beleefd hebben dan als ze stof staan te vergaren in een kast bovenaan.
  • “Mijn potjesschuif is een ramp, die durf ik niet open te doen”. Potjes en dekseltjes, die vormen in veel gezinnen een uitdaging. Tupperware, bakjes uit de beenhouwerij, plastic doosjes in allerlei maten en vormen, drinkbekers en fruitdoosjes. Schifting 1: We haalden alles eruit en het eerste wat ik doe is alle dozen van een deksel voorzien en kijken of ze nog passen. Schifting 2: Ik kijk welk materiaal kwalitatief is en wat in feite al versleten is. Schifting 3: Welke doosjes gebruik je veel en welke eigenlijk nooit (Praktijkvraag: je maakt spaghettisaus: in welke doosjes ga je je saus invriezen?). Schifting 4: Ik stapel alles met deksel en al in de betrokken schuif. Dus het doosje met het deksel reeds erop. Er wordt niets in elkaar gestapeld. De overschot is de 5e schifting. Want hoeveel doosjes heb je in feite echt nodig? Mijn eigen kast zit er zo uit:

Er bevinden zich nog een tweetal grotere dozen in een andere schuif en uiteraard ook enkele in de diepvries. Het gaat niet alleen over hoeveel doosjes je in de kast wil, maar ook: hoeveel voorraad bewaar je in de diepvries en eet je die regelmatig op, want ook diepvrieseten heeft een houdbaarheidsdatum.

Dus de vraag in de titel: “Hoe is het met je minimaliesedinges?” Goed eigenlijk. Ik blijf het voor mezelf volhouden om te reflecteren over mijn gerief en daarbij gepaard mijn volledige levensstijl. De redenering “Heb ik dat wel nodig?” brengt me nog altijd veel bij in elk aspect van mijn leven, in die zin dat ik gemakkelijker kan elimineren wat ik onnodig vind. Tegelijkertijd vind ik het ook fijn om anderen daarbij te helpen, om zaken in een ander perspectief te plaatsen.

Rust in de brievenbus

Ze komen when you least expect it: van die vettige facturen. De gemeentebelasting, de autoverzekeringen of zoals vandaag bij mij: het kadastraal inkomen.

Vroeger ging dat altijd gepaard met een licht zenuwachtig gevoel in mijn maag. “De Vlaamse Belastingdienst, damn hoeveel zou dat nu weer zijn en waarom hebben die gasten verdikke meer dan 300 euro nodig van mij?” Ik besef ten volle dat mijn belastingdienst mij nog goedgezind is en dat er mensen zijn die veel meer moeten dokken voor hun kadastraal inkomen maar gelijk hoe, het werd nooit met een welkomstbanner en fladderende vlaggetjes ontvangen hier.

Enkele jaren geleden bracht ik er verandering in. Ik kocht het online programma YNAB aan en volgde een online cursus om het te leren gebruiken bij Kelly. Alléé, eerlijkheidshalve moet ik zeggen dat ik een tester was van haar online cursus maar ik kan hem alleen maar aanraden als ze hem ooit nog eens lanceert. YNAB is namelijk geen zo’n simpel programma om mee te werken, je moet er je wel eens in verdiepen alvorens het goed onder de knie te krijgen. Het programma kost ook wel iets, maar dat haal je er zeker terug uit.

Ondertussen doe ik het al een drietal jaar en het levert me jaarlijks vele euro’s op. In die mate dat ik een veel beter zicht heb op mijn inkomsten en mijn uitgaven en dat ik op voorhand al geld aan de kant zet voor facturen die op komst zijn. Zodoende kan ik zonder verpinken een verwachte factuur van 333 euro betalen zonder dat ik dat nu nog gewaar ben in mijn maandbudget, want dat geld stond reeds aan de kant. Ik kan ook voorspellen hoeveel die facturen gaan bedragen dus zet ik elke maand 1/12e van dat geld aan de kant. Zo heb ik verschillende potjes die ik vul in het programma: hospitalisatieverzekering, water, autobelastingen, schuldsaldoverzekering, etc…

Vooral het eerste jaar was het hard. Beseffen dat je potjes vult voor iets en het geld er weer moeten uithalen omdat je het nodig hebt voor iets anders. Het systeem laat schuiven met geld toe en dat is een voordeel maar kan ook voor frustratie zorgen. Zeker op het moment dat je beseft dat je in het potje “materiaal” 100 euro voorziet en ineens blijkt 275 euro uit te geven. Of omgekeerd: als je 100 euro voorziet voor een schoolfactuur maar het vakantie is en dat geld dus naar “kampjes” kan geschoven worden.

Weet je, het is pas door mijn “materiaal”-potje eens grondig te gaan analyseren dat ik ben beginnen beseffen hoeveel geld wij uitgaven aan dingen die we in feite niet nodig hebben.

Ik probeer wekelijks mijn uitgaven in te geven in YNAB. De app laat toe om het telkens te doen als je iets uitgeeft maar zo consequent ben ik niet. Maar wekelijks sta ik stil bij de aankopen en denk ik na wat het was en waarvoor we dit kochten. Daardoor swipe ik veel minder mijn kaart langs het bancontact apparaatje en doe ik dat veel doordachter.

Doordat ik mezelf telkens met de neus op de feiten druk ben ik heel anders gaan spenderen. Maar àls ik geld uitgeef doe ik dat heel bewust en soms met veel liefde.

Zeiknat en zottecontent

Ik schruwel de longen uit mijn lijf terwijl het rubberbootje door de buis naar beneden zoeft. Ik wou dat ik het gezicht van mijn oudste zoon kon zien terwijl we naar beneden racen maar ik zie enkel zijn opgetrokken schouders en zijn donkerrode kruin terwijl het water net niet over de rand klotst. Eens beneden roep ik “Nooit meer!” maar even later stappen we toch weer via het platform naar boven. “Deze keer nemen we de Yabba Dabba Doo mama!”. Liever Yabba Dabba Don’t maar ik ben in een gemoedelijke bui en glij nogmaals tierend vanachter mijn mondmasker door de Dino Splash.

Aan de uitgang prop ik het bootje terug in de lift die het naar boven brengt, daarna duw ik mijn longen terug op zijn plaats. Waar is de tijd dat we in Bellewaerde zelf ons bootje naar boven brachten? Honderden trappen omhoog, slepen en sleuren aan een rubberbootje om er in 2 seconden terug mee beneden te staan, zeiknat en zottecontent. Ik vraag me af of ik het daar ook 3 keer op rij zou doen. Ik kies ook resoluut voor de bootjeslift als er één is, maar we worden soms verwend door de opties die er zijn. Zo verwend dat we niet meer beseffen hoe goed we het hebben. Het is heel geprivilegieerd om te kunnen schrijven vanop het terras van ons vakantiehuisje, op mijn eigen laptop met mijn ochtendkoffie. Schrijven over een pretparkbezoek met mijn kinderen.

Ze krijgen niet zoveel maar ik zet graag in op belevingen. En dan nog probeer ik ze mee te geven dat niet alles evident is. Dat veel mensen het met veel minder moeten stellen. Maar ik maak tegelijk ook duidelijk dat er mensen zijn die het met veel meer doen. Het belangrijkste is dat ze beseffen dat we het goed hebben. Dat een pretparkbezoek een optie maar geen evidentie is. Het evenwicht zoeken in deze boodschappen vind ik best een moeilijke opdracht. En ik zou mezelf niet zijn als ik daar niet in mijn kop even over moet chicaneren achteraf.

“Wat vond jij het leukste vandaag mama?” Een echte Linus-vraag maar één met zoveel betekenis. “Jouw smoeltje toen we op de Vicky zaten en we keihard naar beneden zoefden.”

Batterij besparende modus

Ik heb nogal de neiging om mijn batterijen te laten leeglopen. In tegenstelling tot wat het bij sommige anderen betekent mag je de eerste zin heel letterlijk nemen. Ik krijg namelijk regelmatig de melding dat mijn toestel in batterij besparende modus gaat. Mijn laptop, mijn smartphone en mijn fitbit, allen worden ze wel eens verwaarloosd. Door de jaren heb ik geleerd om dat niet meer met mijn lichaam te doen maar de week voor mijn verlof leef ik wel eens op mijn tandvlees. Ik werk als begeleidster bij jongeren (pubers!) met een verstandelijke beperking. Eind juni is het altijd een drukke week op het werk en ik wil ook de voorbereidingen voor nà het verlof opgemaakt hebben.

rechtsboven blinkt wel eens een rood batterijtje.
ook mijn horloge/fitbit geeft wel eens aan dat hij moe is!

Als ik een week verwijderd ben van mijn verlof schrik ik altijd “Nu al? Ik moet nog zoveel doen!”. Maar gaandeweg schakel ik over naar een andere state of mind. Eén waarin ik in de afrondingsfase ga. Tegen dat mijn verlof effectief start heb ik een afgewerkt gevoel. Want dat is zo moeilijk als je met mensen werkt: je hebt gewoon nooit gedaan. Er valt altijd iets te beleven en als het een dag rustig is krijg je twee drukke dagen in ruil.

In tegenstelling tot andere jaren heb ik het verlof niet volgepland. Ik heb een job waarbij ik constant aan het communiceren ben op allerlei manieren. Hoewel we weer meer mensen mogen ontvangen heb ik dat maar één keer op de planning staan, de rest gaan we freewheelen en op de ruttel trachten af te spreken. Ook deze zomer ga ik voldoende tijd nemen voor mezelf en mijn eigen kleine projectjes. Mijn energiegevers worden extra verwend zodat mijn lichaam maar vooral ook mijn geest voldoende gevoed wordt met de dingen die ik belangrijk vind. Begrijp me niet verkeerd: ik vind mijn werk heel belangrijk maar ik moet er ook tijdig eens volledig van loskoppelen.

Kun jij gemakkelijk loskoppelen van je werk? Heb je daar specifieke rituelen voor?

Rust voor je brein.

Als het van Dr. Luc Swinnen afhangt zouden we allemaal collectief meer moeten gaan mijmeren. In zijn boek “Rust voor je brein” noemt hij dat “je offlinenetwerk inschakelen”. We gunnen ons brein te weinig tijd om te bekomen van alle taken die we dagdagelijks met onze volle aandacht uitvoeren (het aandachtsnetwerk of zoals hij het noemt: het “online netwerk binnen onze hersenen”). Zonder ons aandachtsnetwerk zouden we echter niet tot het uitvoeren van taken komen. In ons zogenoemde offlinenetwerk huizeniert onze empathie, creativiteit en ons zelfbeeld. Het begint voornamelijk te werken (ja, het werkt dus ook, het is niet lui ofzo) als wij stilvallen. Al ooit voorgehad dat je ineens op een oplossing kwam voor een probleem terwijl je in bad zat (zoals die Eureka-kerel) of een idee kreeg tijdens een boswandeling? Je rustnetwerk in je hersenen werd geactiveerd en zo kwam er ruimte in je brein vrij om creatief te zijn. Klinkt heel logisch maar dat is ons brein helemaal niet. Er razen allerlei stoffen door onze hersenbanen en die hebben allemaal een invloed op ons. Ik zou de hele technische shizzle hier kunnen neertypen, maar eigenlijk heb ik daar geen goesting in. Ik zou zeggen, als het je interesseert: lees het boek, het is daar op een menselijke manier uitgelegd.

Mijmeren dus. Enkele keren per dag om tot rust te komen. Op een bankje in de zon. Of zoals ik vlak voor ik mijn laptop erbij nam: up de zulle up me gat. Het is potverdikke moeilijk om niets te doen. Probeer het maar eens. Gewoon alleen neerzitten en kijken. Om je hersenen in dat offlinenetwerk te krijgen. Want zelfs nu ik het aan het doen ben, de ideeën stromen binnen en ik wil ze noteren. Ik wil ze meteen uit dat hoofd van me. Misschien moet ik ze even laten pruttelen?

Meer weten: Rust voor je brein van Dr. Luc Swinnen.

Waarom ik nooit naar Delhaize mag gaan.

Drie jongeren probeerden het voor me. Ze liepen met luid kabaal en veel manoeuvres de grote draaideur van Delhaize voor me binnen. Ik kwam ze tegen toen ze het volledig toertje hadden gedraaid met de luide boodschap van de steward “met drie mensen = drie karren jongens!”. Ik had een vermoeden dat hij hen wel al kende. Toen ik dezelfde steward tegenkwam en ik ook karrenloos bij hem kwam was het pas de moyen. Ook ik werd teruggestuurd. Hij was echter veel vriendelijker tegen mij: “Neen mevrouw, we doen nog altijd geen mandjes, corona hé”. (Tsss, mevrouw….ja….klopt dan nog ook…).

Met de rode winkelkar voyageerde ik door Delhaize. Op mijn lijstje (dat ik via WhatsApp doorgestuurd kreeg van mijn husbando) stond het volgende:

De vaatwastabletten stonden eigenlijk nog verkeerd, die breng ik mee van mijn wekelijkse Aldi-trip. Op het Delhaize/Colruyt/Spar-briefje staan de dingen die ik niet in Aldi kan vinden. Zo koop ik bijvoorbeeld enkel maar plastic folie van het merk van Toppits, ik koop er altijd twee in een keer en dan doe ik daar een jaar of langer mee. Ik kan een blogpost apart schrijven over mijn Toppits-voorliefde, maar dat kan ik over al mijn voorliefdes.

Maar Delhaize jong. Dat is toch een uitstap op zichzelf hé. Daar speelt zachte muziek. Die rood-grijze kar, die rammelt niet. Die kun je besturen met één vinger. Trust me, ik heb het geprobeerd. Je kan ze zelfs een toertje doen draaien met één vinger. Wie ooit nog met een auto reed zonder Servo-stuur weet perfect waar ik het over heb als ik zeg: “In den Aldi hebben ze geen Servo op hun karren en nu wil ik alleen nog maar dat”.

Het begon al goed in één van de eerste rayons: groene olijfjes lachten me toe in gigantische ladingen plastic potjes. Ik voelde hoe de oceaan mij kletsen op mijn gat gaf toen ik er ééntje in mijn karretje laadde. Maar alléé, hoeveel goesting had ik op groene olijfjes?

Brood had ik niet staan op het lijstje maar dat was in eerste instantie de reden dat ik daar was. Er lag echter vers gebakken stokbrood in hun rekken, dus meenemen maar.

Delhaize is veel vriendelijker voor vegetariërs dan Aldi (al moet ik toegeven dat Aldi wel een inhaalbeweging heeft gemaakt de laatste jaren). Maar hun aanbod is veel ruimer, dus ik besloot wat voorraad in te slaan voor mijn echtgenoot.

Toen ik door de rayons wandelde was alles aantrekkelijk. Alle koopwaar staat prachtig gerangschikt op die rekken, etiketten met hun gezichtje in dezelfde richting. Ik had het gevoel dat ik het allemaal nodig had. De andere shoppende mensen deden er niet veel goeds aan. Het jonge koppeltje dat naar de pastasauzen stond te kijken deed me verlangen naar een goeie Bolognaise. Ik zag iemand lopen met een kratje Karmelietjes en dacht “ewel ja, voor vanavond, en daar mag een pringelken bij”. De Pringles gingen de kar in, de Karmelieten kwamen niet op mijn weg, maar ik vermoed dat ik ze ook ging meegehad hebben.

Delhaize, die maakt mij koekoek jong. Die sfeer, de look, het vriendelijke personeel. Ze doen er alles aan om je shopping ervaring zo aangenaam mogelijk te maken. Hadden ze mij gezegd dat ik er in een slaapzak de nacht gingen moeten doorbrengen, ik ging gevraagd hebben of het in de boekskesrayon mocht zijn.

Aan de zelfscankassa schrok ik me een hoedje. Ik had niet eens een box of een lege tas mee. Ah neen, ik had maar 4 items op mijn lijstje staan.

Vijvenvijftig euro armer kwam ik de steward weer tegen aan de draaideur.

[Ik weet perfect wat er fout is gelopen. Ik ben al meer dan een jaar actief aan het inzetten om mijn shopgedrag bij te sturen en ik kan hier nu een lijstje van minstens 6 redenen zetten hoe het kwam dat ik 45 euro meer spendeerde dan ik van plan was maar ik besloot het op de steward te steken 😉 ]

Ik wees naar de inhoud van mijn kar: “Dat is hier allemaal jouw schuld dat ik zoveel mee heb jong” riep ik hem toe. “Het is fout gegaan toen ik een kar moest nemen”.

Hij riep mondmaskerlachend: “Dat zijn de trucen van de foor hé madame!”.

Ik draaide me nog eens oogglimlachend: “De trucen van Delhaize ja!”.

En die vriendelijke man, die wenste me dan nog een prettig weekend toe ook….

…in de auto zag ik dat ik geen popcornmais, vanillesuiker of zout voor de vaatwasser mee had en de hele weg naar huis zat ik mezelf uit te lachen van achter mijn Servo-stuur.

Minimalisme en mentale gezondheid.

Deze week keek ik naar “Zorgen voor mama” op VRTnu. Kort samengevat: in het programma gaan een straathoekwerker en een sociaal werker binnen bij gezinnen die het moeilijk hebben met het dagelijkse leven. Hun hulp gaat van “ondersteuning in de zoektocht naar werk” tot “opvoedingstips”. Kristel (de zwarte van oud-K3) praat het hele verhaal aan elkaar en vormt de connectie tussen de gezinnen en de hulpverleners. Uiteraard blijft het een televisieprogramma en dat wijkt altijd wel lichtjes af van de realiteit, maar de basis vind ik wel goed gevonden.

In aflevering 3 krijgt Karina -een alleenstaande mama met 4 kinderen- hulp om haar tuin rommelvrij te krijgen. Het viel me op dat de dame in kwestie het moeilijk had om afstand te doen van haar materiaal ook al kon de kijker vanuit zijn zetel zien dat het meeste gerief niets waard was, voor haar was het dat wel. Toch pakte ze alles aan met enkele vrienden en werd een volle aanhangwagen naar het recyclagepark gebracht. Achteraf gaf ze aan opgelucht te zijn dat de rommel weg was.

Het is niet eenvoudig om dingen los te laten. Gewoontes, materiaal, gedachtenpatronen. Sommige ideeën zitten al sinds de kindertijd ingebakken en krijg je er niet uit zonder jezelf grondig te formatteren. Uit ervaring kan ik ondertussen wel zeggen: materiaal loslaten zorgt wel degelijk voor mentale rust. Mijn huis is verre van leeg maar er weegt geen rommel op mijn gemoed.

Echt? Ga je nu beweren dat mijn mentale gezondheid afhangt van de hoeveelheid gerief die ik in huis heb? Neen. Het is niet zo zwart-wit.

Momenteel volg ik een opleiding tot burn-out coach. Het is niet mijn bedoeling om hiermee direct aan de slag te gaan in de praktijk. Daarvoor heb ik nog veel te weinig handvaten. Ik ben me momenteel aan het inlezen, aan het luisteren naar mensen die zich in een burn-out bevinden en de theorie aan het toetsen aan de praktijk. Ik heb dus 0,0 ervaring, niet met een burn-out zelf, niet met de begeleiding van iemand in een burn-out. Maar ik spijker aan mijn luistertechnieken en ik sprokkel ervaringen en dat is momenteel het enige wat ik ermee doe.

In gesprekken met mensen met een burn-out komt vooral voor dat ze “actief rust moeten inbouwen”, ik weet het, het klinkt heel tegenstrijdig. Maar rust gaat hand in hand met minimalisme. Het is “minder doen” “minder willen” “minder moeten”. Het loopt dus naadloos over naar zorgen voor je mentale gezondheid. Nooit eerder waren we collectief zo druk bezig met vanalles. Lockdown één in maart 2020 was voor sommige mensen op dat gebied een eyeopener.

In de lectuur rond burn-out komt ook heel regelmatig het volgende thema aan bod: “Rust in je huis, rust in je hoofd”. In het boek “101 antwoorden op stress en burn-out” van Luc Swinnen en Dirk Coeckelbergh wordt onder het hoofdstuk “Tijdens de burn-out” de vraag gesteld “Moet ik mijn rommel opruimen?” Van mij moet je juist niets. Zeker niet als je een burn-out hebt. Maar ik ben wel van mening dat het opruimen van je huis kan helpen om je hoofd zuiver te maken. Om de ruimte te creëren die je nodig hebt om tot rust te komen. Rommel weegt op je brein. En ik heb het in dit geval niet over: alles in gelabelde bakjes stoppen. Ik zie veel opruimvideo’s waarin gerief mooi georganiseerd wordt in kleurrijke doosjes. Maar het is daarmee niet weg. Het blijft aanwezig in je leven. Ga je dat materiaal nog gebruiken? Als je het niet gebruikt hebt in de laatste jaren, ga je dat dan ook nog in de komende jaren doen? Dat materiaal legt gewicht op je leven. En soms is het nodig om afscheid te nemen van bepaalde ideeën die je over jezelf en je toekomst hebt.

Kun jij gemakkelijk afstand doen van je materiaal?

Zes simpele vragen.

Minimalisme gaat voor mij niet alleen om minder materiaal, ik trek het eigenlijk door in mijn volledige leven. Soms is het niet evident om moeilijke thema’s aan te pakken en bij elke keuze die je maakt verlies je iets. Ik probeer altijd om de volgende vragen te stellen als ik moeite heb om keuzes te maken of zaken aan te pakken:

Wie zegt dat?

Enkele jaren geleden ben ik afgestapt van het “Dat hoort zo”-idee. “Wie zegt dat?” Die ene groottante met een mening op het familiefeest? Iemand die zijn wenkbrauwen optrekt als je vertelt over je plannen? Echt, daar laat ik mijn beslissingen niet meer door beïnvloeden. Als twintiger dacht ik soms wel eens dat ik bepaalde dingen in mijn leven moest. Ik wou ook altijd mijn keuzes verdedigen. Sommige keuzes zijn comfortabeler dan andere, maar ze moeten daarom niet altijd gemaakt worden.

Welke mensen?

Er zijn bitter weinig mensen die nooit wakker liggen van wat anderen van hen denken. Ik wil -net als velen- graag gezien zijn maar het is niet zo dat ik al mijn handelingen daarop ga afstemmen. Ik wil vooral mezelf content stellen want wat anderen van je denken: dat zijn ze na vijf minuten vergeten voor ze weer met zichzelf bezig zijn. Moet je daarom zonder scrupules iedereen gaan kwetsen die je tegenkomt? Uiteraard niet. Ik zou dat ook niet gezellig vinden maar het gaat hier over situaties waarin je misschien denkt: “Wat gaan de mensen wel niet denken”. De eerste vraag die dan bij mij opkomt is: “Welke mensen?”.

Heb ik dat echt nodig?

Zoals ik schreef in de inleiding: minimalisme gaat in mijn geval niet enkel over materiaal. Zo kan ik in een opwelling wel eens een winkelmandje vullen op een webshop en het dan afsluiten zonder af te rekenen nadat ik mezelf de vraag stel: “Heb ik dat echt nodig?”. Maar het gaat zoveel ruimer dan winkelmandjes aan de kant schuiven. “Heb ik dat nodig?” is een vraag die ik me regelmatig stel als ik over levensthema’s nadenk. Relaties, doelstellingen,…als ik mezelf dreig te verliezen in iets is de “Heb ik dat eigenlijk wel nodig?”-vraag iets wat me vlug terug met de voeten op de grond brengt.

Geeft het evenveel energie als het neemt?

Soms kan het wel eens vermoeiend zijn om een job in de sociale sector te combineren met een gezin en allerhande andere shizzle. Het werk vraagt veel van me, de jongeren kunnen wel eens al mijn energie opvreten en het gebeurt dat ik doodmoe thuiskom. Maar dan heb ik één goed gesprek met iemand. Dan is er halfweg de dag één positief iets wat ik voor iemand kan betekenen. Dan zien we ineens vooruitgang in een proces dat we hebben opgestart of ik zie dat iemand iets heeft bijgeleerd door wat ik heb voor getoond. En dan besef ik weer: “Dit is waarom ik dit doe, dit geeft me energie.” En eventjes valt alles dan in evenwicht. Die balans is voor mij heel belangrijk en die maak ik regelmatig op.

Is it serving my future self?

Het klinkt zoveel beter in het Engels dan in het Nederlands vind ik. Het is een beetje een saaie vraag soms. Want mijn future self is het niet altijd eens met mijn present self. Mijn present self wil soms een hele zak chips in een keer leegboefen en dan zit mijn future self een halve dag later nog altijd met een pijnlijke maag of ze werpt een meewarige blik op de weegschaal. Maar het gaat bij deze vraag ook vooral om de ruimere thema’s. Ga ik voor instant gratification of kijk ik verder in de toekomst? Pas op, het werkt in beide richtingen. Misschien ben ik vandaag effectief beter af met een keuze die ik nu maak ook al is die minder voordelig voor me in de toekomst. Het afwegingsproces loopt gewoon veel gemakkelijker dan vroeger.

What is my gut telling me?

Veel meer dan ooit durf ik mijn gevoel uit te spreken en mijn intuïtie te volgen. Mijn gevoel is daarom niet altijd juist, maar ik heb het op zijn minst onderzocht. Ik durf al veel meer de bizarre vragen die in mijn gevel schieten te stellen, iedereen gaat wel eens af en fouten maken we allemaal hé.

’t Zit in de kleine dingen.

Anderhalf jaar later kan ik zeggen dat enkele minimalistische gewoontes ingebed zijn in mijn dagelijkse leven. De rest van mijn gezin lijkt ook wel een beetje te begrijpen dat we willen afstappen van het materialistische, maar uiteraard moet ik dat nuanceren. Kinderen omvormen tot minimalisten, dat is een traject waar enkele jaren over gaan. Niet dat ik vind dat mijn kinderen zich volledig naar mijn visie moeten schikken maar ik geef graag duwtjes in die richting om hen van enkele zaken bewust te maken.

Eén verjaardagscadeau

Voor de kinderen zijn verjaardagen een hoogdag, maar zelf vind ik het minstens even belangrijk dat deze gevierd worden. Gisteren was mijn jongste zoon jarig, in non-corona-dagen vieren we dat uitgebreid met meter en peter, oma’s en opa’s. Dit jaar is het lichtjes anders en gaan we voor een outdoor ontbijt. Meter en Peter zijn altijd zo lief om te vragen of de jarige een wishlist heeft en dit jaar stond daar “centjes voor een eigen tablet” op. Hoewel ik strikte regels hanteer over schermtijd vind ik het wel fijn dat mijn jongens hun eigen gerief hebben waar ze naar hartenlust op kunnen swipen en downloaden (met parental control uiteraard). Vaneigens is zo’n toestel duur maar als ik zie dat ze hier dagelijks mee aan de slag gaan vind ik het best een goeie investering. Je kunt daar ook heel wild in gaan en direct voor iPad gaan maar een basis model van Samsung blijkt ook goed zijn werk te doen. We kochten er ook een stevige cover bij.

Wat geef je aan iemand die al alles heeft?

Nieuwjaar is traditioneel een tijd van cadeautjes maar voor sommige mensen is het echt moeilijk om nog iets te vinden dat ze nog niet hebben of om een beleving te geven. Ik vind een massagebon, een restaurantcheque of een bloemenabonnement een mooi geschenk. Met de kleinkinderen gaven we dit jaar een krantje cadeau aan onze grootmoeder. Maandelijks loaden we foto’s op via een website, deze worden in een papieren krantje gegoten en geleverd in meme’s brievenbus. Als het einde van de maand nadert krijg ik een mail van “Carlos van het krantje” dat ik dringend mijn foto’s moet uploaden. Er is ook een WhatsApp-groepje ontstaan met mijn neven en nichten waarin we elkaar motiveren om er tijdig aan te beginnen en ondertussen blijven we ook up-to-date met elkaars’ leven. Win-Win! Uiteindelijk is het feit dat de kleinkinderen met elkaar in contact staan voor meme ook een geschenk.

Opgeruimd huis – opgeruimd hoofd

Hoe minder gerief ik heb, hoe meer ik me stoor aan rondslingerend gerief. Alles heeft ondertussen een plaatsje gekregen en als iets niet op zijn juiste plekje ligt word ik lichtjes chagrijnig. Opruimen brengt nog altijd rust in mijn hoofd. Er ligt nog weinig “open en bloot”. Op tafel of de keukentablet ligt er doorgaans niets. Als er zich daar hoopjes vormen is het dringend tijd om die eens aan te pakken. Het salontafeltje is echter nog een werkpunt.

Enkel vervangen wat je nodig hebt!

Spullen worden enkel vervangen als ze stuk zijn. Soms wacht ik met opzet lang om iets te vervangen, zo heb ik een periode om te evalueren of ik iets eigenlijk wel of niet kan missen. Ik maakte laatst popcorn met te weinig olie waardoor ik mijn kleine kookpot ruïneerde. Sindsdien kook ik zonder die ene pot en hoewel het soms raar is om iets kleins klaar te maken in een grotere pot, lukt het eigenlijk ook en mijn kast is overzichtelijker.

Het zal misschien raar klinken maar ik koop bijna nooit kleren voor mijn kinderen. Een collega van me geeft regelmatig een grote doos tweedehands kledij door en daar zit altijd zo’n mooi gerief in dat mijn kinderen er beide nog deugd van hebben. Enkel als ik echt iets tekort kom ga ik kledij aankopen. Soms komt het goed uit en moet de paashaas ineens kousen gaan verstoppen bij zijn eitjes of komen er nieuwe kamerjassen tevoorschijn uit de zak van Sint en Piet. Een uitzondering hierop zijn schoenen, die koop ik altijd nieuw.

Inzetten op belevingen

Tijdens de vakantie plannen we regelmatig een uitstap met de kinderen. Doordat wij in shifts werken zijn we weinig met ons vier samen waardoor dit veelal kwali-tijd is. In het paasverlof gingen we wandelen met alpaca’s Pol en Jos. Een zalige uitstap waar we alle vier plezier aan beleefden.

Die twee rakkers zaten direct onder ons vel!

To Kobo or not to Kobo

Ik twijfel om een e-reader aan te kopen. Momenteel heb ik een Kobo-plus abonnement via Bol.com. Voor 9,99 euro per maand kan ik onbeperkt boeken downloaden uit hun aanbod. Ik vind er 80% van de boeken die ik wil lezen. Voor gloednieuwe boeken moet ik betalen maar die leen ik veelal in de bibliotheek of ik krijg ze door van anderen. Van het abonnement ben ik dus heel tevreden. Momenteel lees ik een groot deel van mijn boeken op de iPad. Aangezien mijn kleuter tijdens zijn schermtijd graag tekenfilmpjes kijkt op YouTube of Netflix (Zig & Sharko, Oggy & The Cockroaches,…gelukkig met een koptelefoon) kan ik tijdens die stillere momentjes dus enkel op mijn smartphone lezen, dat vind ik niet ideaal. Ik zit graag in de zetel met mijn dekentje over mij dus ook laptoplezen is dan niet aan mij besteed.

Mijn zoon is bijna jarig en hij wil graag als geschenk “centjes om een eigen tablet te kopen”. Als (beginnende?) minimalist kan ik dat idee alleen maar toejuichen, want beter samenleggen voor een duurzamer geschenk dan vijf kleinere cadeautjes waar we nu al geen plek meer voor hebben. Kortom: de iPad komt weer bij mij als hij zijn eigen tablet zou hebben.

Ik hoor van velen dat een e-reader toch echt veel gemakkelijker en aangenamer leest dan een iPad. Ik lees ook niet zo graag op de iPad in bed omdat het toch belastend is voor mijn ogen. Aan de andere kant lijkt het mij een onnodige aankoop want eigenlijk lukt het nu ook.

Vroeger ging ik daar allemaal niet om talmen, dan was het meer van: ik wil het, dus koop ik het. Nu beredeneer ik veel meer of ik iets echt nodig heb. Een Kobo e-reader kost al vlug minstens 100 euro. Toch een investering waar ik over moet nadenken. Ik begrijp ook niet waarom het verschil in die e-readers zo groot is. Je hebt er van 99 euro en je hebt er van 329 euro. Ik weet dat Kindle als de meest geprezen e-reader naar boven komt, maar die werkt met een Amazon-account, dat wil ik liever niet.

Lezen jullie via een e-reader? Zo ja, welk type en ben je er tevreden mee?