The lightning bolt?

Zoals ik in de vorige blogpost reeds schreef: het is pas sinds enkele maanden dat ik mezelf echt een minimalist durf te noemen. Er wordt wel eens over gegrapt onder vrienden: “Breng een stoel mee als je bij Liese iets gaat drinken” of er wordt gereageerd dat ik niet tè minimalistisch moet zijn als ik per ongeluk iets weggooi dat moest bewaard worden.

Er is niet bepaald een lijn overschreden, er is geen specifiek moment geweest waarop de grote klik is gekomen. “The lightning bolt” zoals Gretchen Rubin het soms omschrijft in haar blogs over gewoonteverandering, dat is uitgebleven. Ik geloof eerder dat het een langdurig proces was met een mindset reset als resultaat.

Tijd om Minimaliese op te doeken dan? Ik denk het niet. Want vinger aan de pols houden is in mijn geval de beste manier om iets door te zetten.

Mijn koopdrang omkeren ging niet voor niets. Er zijn namelijk tijden geweest dat shoppen het ultieme verdovingsgedrag was, als ik solden kon doen was mijn weekend goed. Maar materiaal kopen geeft me geen langdurige voldoening. Veelal voel ik me beter als ik me niet heb laten meeslepen door een aankoop.

Voor mij gaat die minimaliese-periode van het ervaren van “less is more” hand in hand met de keuze om in te zetten op betere relaties. Dus die dingen zijn voor mij onlosmakelijk met elkaar verbonden, hoe vreemd het misschien ook klinkt. Het voelt alsof er ruimte in mijn leven is vrijgekomen om hier meer aandacht aan te besteden. Ik twijfel gewoon minder: als het niets bijbrengt in mijn leven dan hoef ik het niet. Zo gaat dat niet alleen bij het beslissen over materiaal kopen (of krijgen), maar ik trek het ook door naar mijn relaties.

Ik heb door de laatste jaren ervaren dat connectie met anderen mij veel meer bijbrengt dan impulsshoppen. Als introverte eenzaat is verbinding vinden heel lang moeilijk geweest en het blijft een dingetje bij mij. Ik ben nog altijd een luisteraar die te weinig van zichzelf deelt met een gesprekspartner en ik blijk niet zo talig te zijn als het gaat om het verwoorden van mijn gedachten en gevoelens. Het gaat gelukkig veel beter als ik het via een klavier mag doen maar ik heb soms wat tijd nodig om in een gesprek te rollen en dat kan alleen als ik daar effectief ruimte voor maak. Maar eens ik daar ben en iemand zich durft open te stellen bij mij, dat vind ik duizend keer meer rewarding.

Wanneer is genoeg genoeg?

Met de stijgende levenskosten momenteel is het pijnlijk duidelijk dat er moet gedownsized worden. Ik merk soms dat nog niet iedereen goed beseft welke dure tijden ons te wachten staan. Door mijn uitgaven minutieus bij te houden in YNAB ben ik misschien een gierige pin maar ik zie ook letterlijk waar de kosten stijgen en dat geld moet van een ander budget komen. Momenteel denk ik na over hoe ik mijn vervoer kan beperken en probeer ik mijn uitjes portemonnee-vriendelijker te maken.

Het is pas recent dat ik mezelf echt een minimalist durf te noemen. De mentale reset die ik gedurende de voorbije twee jaar heb gemaakt lijkt ingesleten in mijn handelingen. Het nadenken over aankopen is er één die ik mezelf echt eigen heb gemaakt. Ik ben ook gewoon content met wat ik heb en niet meer “op zoek naar nieuwigheden, gewoon omdat het leuk is”. Social media proberen je constant te overtuigen dat je dingen nodig hebt. Zo zoek ik wèl een nieuw kleedje voor het groeifeest van mijn zoon binnenkort en sinds ik op Instagram op enkele accounts heb geklikt word ik bestookt met allerlei zomerjurkjes. Ze duwen ze zo danig in mijn strot dat ik er bijna een degout van krijg. De kracht van dat medium is niet te onderschatten. Je moet eigenlijk echt heel bewust gaan zeggen: “Ik heb dat niet nodig” als je wil vermijden dat je omhoog swipet naar “shop nu”.

Ik heb echter ook wel het voordeel dat ik geen verzameling heb van iets. Het moet moeilijk zijn op die manier om te filteren wat je wel en niet wil kopen. Want als je iets verzamelt, wanneer heb je er dan eigenlijk ooit genoeg van? Word je dan op Instagram ook bestookt met allerlei voorstellen om je collectie uit te breiden? En hoeveel ben je bereid om te spenderen aan dat ene stuk dat je verzameling compleet maakt?

Ben jij een verzamelaar? En hoe bepaal je of je iets wel of niet toevoegt aan je collectie?

Vinted

Wat mij typeert is dat ik altijd zo een kwartier achter kom als het over online gedoe en apps gaat. Het bereikt me ooit wel, maar meestal als er al iets meer over geweten is of als ik anderen er positief over hoor babbelen. Kortom: ik laat een ander het eerst uitzoeken en spring pas later op de kar.

Laatst waren twee vriendinnen van me aan het praten over hoe ze hun kledij verkopen via Vinted en ik werd nieuwsgierig door hun positieve ervaringen.

Ik had al een tijdje een paar schoenen staan die ik nauwelijks gedragen had, weinig tot geen gebruikssporen. Hoewel ik ze graag zag had ik weinig kleren die ik erbij kon dragen dus ik besloot het eens te proberen.

Via de website van Vinted kon ik heel snel foto’s uploaden en een profiel aanmaken. De terms and conditions zijn heel duidelijk:

  • Als jij verkoopt betaalt de koper de verzendingskosten.
  • Het bedrag van de koop wordt op een tussenrekening gestort bij Vinted en wordt in je online portemonnee uitbetaald als de koper zijn goederen ontvangen heeft.
  • Je kunt de online portemonnee gebruiken om nieuwe zaken aan te kopen via Vinted of je kunt het bedragen laten uitkeren op je rekening. (Als minimalist ga ik dat uiteraard laten uitkeren 😉 )
  • Als je iets verkoopt verbind je jezelf om het binnen de 5 dagen op te sturen. Na het versturen geef je het trackingnummer in op de app.
  • Bij mijn eerste verkoop heb ik het verzendlabel zelf betaald maar wordt 5,70 euro doorgerekend aan de koper. De tweede keer kreeg ik een mail waarin ik het verzendlabel moest downloaden, de koper had dit aangekocht en ik moest het enkel afprinten en op het pakket plakken.

Ik heb vroeger veel verkocht op tweedehandssites. Het lastigste hieraan is: wispelturige kopers en de opvolging van je verkoop. Soms moet er nog iets betaald worden bij afhaling en dat is ook ambetant (geen pasgeld of de koper probeert alsnog af te dingen).

Tips voor een goeie verzending van materiaal:

  • Via de website van Bpost kun je heel vlug verzend labels maken en printen. Dat bespaart veel postkantoortijd. (Onze postbediende slaat graag een praatje, hij is vriendelijk en heel vriendelijk, maar soms moet het gewoon vooruit gaan).
  • Ik verzamel hier en daar verschillende types (schoen)dozen of ik bewaar dozen van online aankopen, je zou verrast zijn hoe sommige dingen perfect in een doosje kunnen passen! (Dat geeft me altijd zo’n voldaan gevoel 🙂 )
  • Ik verpak altijd items in een doos die ik helemaal dichtplak, in principe zou ik het zo kunnen verzenden maar ik doe er nog eens kleurrijk inpakpapier rond, het ziet eruit als een cadeautje als je van mij een pakketje ontvangt.
  • Bij Smartphoto bestel ik regelmatig ingekaderde posters, die komen altijd toe in bubblewrap. Het is vervuilend voor het milieu maar ik hergebruik het als ik delicate items moet versturen. Indien ik geen meer in voorraad heb gebruik ik een oude badhanddoek.

Ik had deze keer weliswaar veel geluk. Nog geen 5 minuten nadat mijn eerste artikel online stond was het verkocht. Ik besloot ook mijn quarantaineschoenen eens online te zetten en deze waren binnen de dag verkocht!

Als vrijwilliger bij Gezinsbond organiseren we twee keer per jaar een tweedehandsbeurs voor kinderartikelen. Er wordt veel verkocht en het is een goeie manier om de kleerkasten van je kinderen op te ruimen. Sommige mensen gaan gefrustreerd naar huis, ze verkopen weinig tot niets terwijl ze heel kwaliteitsvolle kledij op hun tafel hebben. Dat ligt dikwijls aan één ding: te hoge prijzen. Ik ben van mening: beter te laag geprijsd dan weer mee naar huis om weer stof te vergaren. Zo ging het ook met de schoenen die ik online verkocht. Na de verkoop zag ik heel wat aanbiedingen voor dezelfde schoenen in de virtuele etalage, weliswaar 20, 40 tot 60 euro duurder, maar wel nog altijd te koop. Misschien had ik er meer voor kunnen krijgen, maar nu zijn ze tenminste weg.

Heb jij al verkocht via Vinted? Had je dezelfde ervaring of is het minder vlot gegaan?

En hoe is’t met je Minimaliesedinges daar?

“Ik wou dat ik dat ook kon hoor, zo alles minimaliseren”. Het klinkt soms alsof het een onmogelijke opdracht is om iets aan te pakken. In feite is het aanpakken van het gerief het minst moeilijke aspect van een rondje minimaliseren. Het zijn de beslissingen die je er telkens bij moet nemen die het meeste energie vragen. Wat ga je bewaren, wat doe je weg?

Ik ging vorige week mijn vriendin helpen in haar keuken. Ik was alleen thuis dat weekend met de kinderen en terwijl zij met elkaar speelden leegden wij elke kast en sorteerden we uit wat nog nodig was en wat niet. Het fijne aan zoiets doen met een vriendin: iedere keer als ze een excuus maakte om iets toch te bewaren kon ik met één opgetrokken wenkbrauw al duidelijk maken dat ze er toch nog eens moest over nadenken. Uiteindelijk vertrokken een 4-tal overvolle curverboxen uit de keuken en vulden we een halve PMD-zak.

Opmerkingen waar je bij het minimaliseren kritisch moet over nadenken als je jezelf ze hoort maken:

  • “Maar ik heb dat gekregen van oma toen ze haar huis leeg maakten”. Ik snap dat wel, het is niet gemakkelijk om gerief van een lieve oma te weigeren en “je kan altijd wel een extra pan gebruiken” maar als je eindigt met twee pureestampers die je schuiven blokkeren en er reeds 5 kurkentrekkers in de lade liggen als je nummer 6 erin deponeert is het toch van belang om die redenering eens in vraag te stellen.
  • “Maar misschien kunnen mijn kinderen dat later gebruiken als ze op kot gaan.” Onze kinderen zijn nu 10 jaar. Als ze binnen 8 jaar op kot gaan dan kijken we wel of we ergens een pureestamper kunnen vinden. Misschien heeft iemand er dan ook wel twee in zijn schuif liggen ergens. En eerlijk gezegd: toen ik op kot zat heb ik nooit puree gemaakt. Jij wel?
  • “Dat is voor als er volk komt”. Meestal zeg ik dan “Wanneer heb je dit voor het laatst gebruikt als er volk kwam”. Uiteraard moeten we dezer dagen nog eens veel dieper nadenken omdat we een jaar geen volk hebben ontvangen. Maar ik ga er van uit dat je geen 35 kleine potjes nodig heb om aperitiefhapjes in te presenteren. Zelf bezit ik er een 10-tal denk ik. Ik heb ook een 10-tal cornflakesbowls die ik voor vanalles gebruik, ik zet vooral in op multifunctioneel keukengerief. In het verleden heb ik nog feestjes gegeven voor 14 mensen, ik kwam nooit iets te kort.
  • “Deze kommetjes heb ik op reis gekocht, ik durf ze niet gebruiken omdat ze zo mooi zijn en ik er zo aan gehecht ben”. Jammer dat je mooie dingen in een keukenkast moet bewaren om er alleen maar nu en dan eens naar te kijken. Hoe fijn zou het zijn om je soep te kunnen drinken uit die kleurrijke kommetjes en de herinnering aan de reis te herbeleven tegelijkertijd? En als er ééntje breekt, dan is dat inderdaad spijtig, maar je zal er nog altijd meer plezier aan beleefd hebben dan als ze stof staan te vergaren in een kast bovenaan.
  • “Mijn potjesschuif is een ramp, die durf ik niet open te doen”. Potjes en dekseltjes, die vormen in veel gezinnen een uitdaging. Tupperware, bakjes uit de beenhouwerij, plastic doosjes in allerlei maten en vormen, drinkbekers en fruitdoosjes. Schifting 1: We haalden alles eruit en het eerste wat ik doe is alle dozen van een deksel voorzien en kijken of ze nog passen. Schifting 2: Ik kijk welk materiaal kwalitatief is en wat in feite al versleten is. Schifting 3: Welke doosjes gebruik je veel en welke eigenlijk nooit (Praktijkvraag: je maakt spaghettisaus: in welke doosjes ga je je saus invriezen?). Schifting 4: Ik stapel alles met deksel en al in de betrokken schuif. Dus het doosje met het deksel reeds erop. Er wordt niets in elkaar gestapeld. De overschot is de 5e schifting. Want hoeveel doosjes heb je in feite echt nodig? Mijn eigen kast zit er zo uit:

Er bevinden zich nog een tweetal grotere dozen in een andere schuif en uiteraard ook enkele in de diepvries. Het gaat niet alleen over hoeveel doosjes je in de kast wil, maar ook: hoeveel voorraad bewaar je in de diepvries en eet je die regelmatig op, want ook diepvrieseten heeft een houdbaarheidsdatum.

Dus de vraag in de titel: “Hoe is het met je minimaliesedinges?” Goed eigenlijk. Ik blijf het voor mezelf volhouden om te reflecteren over mijn gerief en daarbij gepaard mijn volledige levensstijl. De redenering “Heb ik dat wel nodig?” brengt me nog altijd veel bij in elk aspect van mijn leven, in die zin dat ik gemakkelijker kan elimineren wat ik onnodig vind. Tegelijkertijd vind ik het ook fijn om anderen daarbij te helpen, om zaken in een ander perspectief te plaatsen.

Rust in de brievenbus

Ze komen when you least expect it: van die vettige facturen. De gemeentebelasting, de autoverzekeringen of zoals vandaag bij mij: het kadastraal inkomen.

Vroeger ging dat altijd gepaard met een licht zenuwachtig gevoel in mijn maag. “De Vlaamse Belastingdienst, damn hoeveel zou dat nu weer zijn en waarom hebben die gasten verdikke meer dan 300 euro nodig van mij?” Ik besef ten volle dat mijn belastingdienst mij nog goedgezind is en dat er mensen zijn die veel meer moeten dokken voor hun kadastraal inkomen maar gelijk hoe, het werd nooit met een welkomstbanner en fladderende vlaggetjes ontvangen hier.

Enkele jaren geleden bracht ik er verandering in. Ik kocht het online programma YNAB aan en volgde een online cursus om het te leren gebruiken bij Kelly. Alléé, eerlijkheidshalve moet ik zeggen dat ik een tester was van haar online cursus maar ik kan hem alleen maar aanraden als ze hem ooit nog eens lanceert. YNAB is namelijk geen zo’n simpel programma om mee te werken, je moet er je wel eens in verdiepen alvorens het goed onder de knie te krijgen. Het programma kost ook wel iets, maar dat haal je er zeker terug uit.

Ondertussen doe ik het al een drietal jaar en het levert me jaarlijks vele euro’s op. In die mate dat ik een veel beter zicht heb op mijn inkomsten en mijn uitgaven en dat ik op voorhand al geld aan de kant zet voor facturen die op komst zijn. Zodoende kan ik zonder verpinken een verwachte factuur van 333 euro betalen zonder dat ik dat nu nog gewaar ben in mijn maandbudget, want dat geld stond reeds aan de kant. Ik kan ook voorspellen hoeveel die facturen gaan bedragen dus zet ik elke maand 1/12e van dat geld aan de kant. Zo heb ik verschillende potjes die ik vul in het programma: hospitalisatieverzekering, water, autobelastingen, schuldsaldoverzekering, etc…

Vooral het eerste jaar was het hard. Beseffen dat je potjes vult voor iets en het geld er weer moeten uithalen omdat je het nodig hebt voor iets anders. Het systeem laat schuiven met geld toe en dat is een voordeel maar kan ook voor frustratie zorgen. Zeker op het moment dat je beseft dat je in het potje “materiaal” 100 euro voorziet en ineens blijkt 275 euro uit te geven. Of omgekeerd: als je 100 euro voorziet voor een schoolfactuur maar het vakantie is en dat geld dus naar “kampjes” kan geschoven worden.

Weet je, het is pas door mijn “materiaal”-potje eens grondig te gaan analyseren dat ik ben beginnen beseffen hoeveel geld wij uitgaven aan dingen die we in feite niet nodig hebben.

Ik probeer wekelijks mijn uitgaven in te geven in YNAB. De app laat toe om het telkens te doen als je iets uitgeeft maar zo consequent ben ik niet. Maar wekelijks sta ik stil bij de aankopen en denk ik na wat het was en waarvoor we dit kochten. Daardoor swipe ik veel minder mijn kaart langs het bancontact apparaatje en doe ik dat veel doordachter.

Doordat ik mezelf telkens met de neus op de feiten druk ben ik heel anders gaan spenderen. Maar àls ik geld uitgeef doe ik dat heel bewust en soms met veel liefde.

Zeiknat en zottecontent

Ik schruwel de longen uit mijn lijf terwijl het rubberbootje door de buis naar beneden zoeft. Ik wou dat ik het gezicht van mijn oudste zoon kon zien terwijl we naar beneden racen maar ik zie enkel zijn opgetrokken schouders en zijn donkerrode kruin terwijl het water net niet over de rand klotst. Eens beneden roep ik “Nooit meer!” maar even later stappen we toch weer via het platform naar boven. “Deze keer nemen we de Yabba Dabba Doo mama!”. Liever Yabba Dabba Don’t maar ik ben in een gemoedelijke bui en glij nogmaals tierend vanachter mijn mondmasker door de Dino Splash.

Aan de uitgang prop ik het bootje terug in de lift die het naar boven brengt, daarna duw ik mijn longen terug op zijn plaats. Waar is de tijd dat we in Bellewaerde zelf ons bootje naar boven brachten? Honderden trappen omhoog, slepen en sleuren aan een rubberbootje om er in 2 seconden terug mee beneden te staan, zeiknat en zottecontent. Ik vraag me af of ik het daar ook 3 keer op rij zou doen. Ik kies ook resoluut voor de bootjeslift als er één is, maar we worden soms verwend door de opties die er zijn. Zo verwend dat we niet meer beseffen hoe goed we het hebben. Het is heel geprivilegieerd om te kunnen schrijven vanop het terras van ons vakantiehuisje, op mijn eigen laptop met mijn ochtendkoffie. Schrijven over een pretparkbezoek met mijn kinderen.

Ze krijgen niet zoveel maar ik zet graag in op belevingen. En dan nog probeer ik ze mee te geven dat niet alles evident is. Dat veel mensen het met veel minder moeten stellen. Maar ik maak tegelijk ook duidelijk dat er mensen zijn die het met veel meer doen. Het belangrijkste is dat ze beseffen dat we het goed hebben. Dat een pretparkbezoek een optie maar geen evidentie is. Het evenwicht zoeken in deze boodschappen vind ik best een moeilijke opdracht. En ik zou mezelf niet zijn als ik daar niet in mijn kop even over moet chicaneren achteraf.

“Wat vond jij het leukste vandaag mama?” Een echte Linus-vraag maar één met zoveel betekenis. “Jouw smoeltje toen we op de Vicky zaten en we keihard naar beneden zoefden.”

Batterij besparende modus

Ik heb nogal de neiging om mijn batterijen te laten leeglopen. In tegenstelling tot wat het bij sommige anderen betekent mag je de eerste zin heel letterlijk nemen. Ik krijg namelijk regelmatig de melding dat mijn toestel in batterij besparende modus gaat. Mijn laptop, mijn smartphone en mijn fitbit, allen worden ze wel eens verwaarloosd. Door de jaren heb ik geleerd om dat niet meer met mijn lichaam te doen maar de week voor mijn verlof leef ik wel eens op mijn tandvlees. Ik werk als begeleidster bij jongeren (pubers!) met een verstandelijke beperking. Eind juni is het altijd een drukke week op het werk en ik wil ook de voorbereidingen voor nà het verlof opgemaakt hebben.

rechtsboven blinkt wel eens een rood batterijtje.
ook mijn horloge/fitbit geeft wel eens aan dat hij moe is!

Als ik een week verwijderd ben van mijn verlof schrik ik altijd “Nu al? Ik moet nog zoveel doen!”. Maar gaandeweg schakel ik over naar een andere state of mind. Eén waarin ik in de afrondingsfase ga. Tegen dat mijn verlof effectief start heb ik een afgewerkt gevoel. Want dat is zo moeilijk als je met mensen werkt: je hebt gewoon nooit gedaan. Er valt altijd iets te beleven en als het een dag rustig is krijg je twee drukke dagen in ruil.

In tegenstelling tot andere jaren heb ik het verlof niet volgepland. Ik heb een job waarbij ik constant aan het communiceren ben op allerlei manieren. Hoewel we weer meer mensen mogen ontvangen heb ik dat maar één keer op de planning staan, de rest gaan we freewheelen en op de ruttel trachten af te spreken. Ook deze zomer ga ik voldoende tijd nemen voor mezelf en mijn eigen kleine projectjes. Mijn energiegevers worden extra verwend zodat mijn lichaam maar vooral ook mijn geest voldoende gevoed wordt met de dingen die ik belangrijk vind. Begrijp me niet verkeerd: ik vind mijn werk heel belangrijk maar ik moet er ook tijdig eens volledig van loskoppelen.

Kun jij gemakkelijk loskoppelen van je werk? Heb je daar specifieke rituelen voor?

Rust voor je brein.

Als het van Dr. Luc Swinnen afhangt zouden we allemaal collectief meer moeten gaan mijmeren. In zijn boek “Rust voor je brein” noemt hij dat “je offlinenetwerk inschakelen”. We gunnen ons brein te weinig tijd om te bekomen van alle taken die we dagdagelijks met onze volle aandacht uitvoeren (het aandachtsnetwerk of zoals hij het noemt: het “online netwerk binnen onze hersenen”). Zonder ons aandachtsnetwerk zouden we echter niet tot het uitvoeren van taken komen. In ons zogenoemde offlinenetwerk huizeniert onze empathie, creativiteit en ons zelfbeeld. Het begint voornamelijk te werken (ja, het werkt dus ook, het is niet lui ofzo) als wij stilvallen. Al ooit voorgehad dat je ineens op een oplossing kwam voor een probleem terwijl je in bad zat (zoals die Eureka-kerel) of een idee kreeg tijdens een boswandeling? Je rustnetwerk in je hersenen werd geactiveerd en zo kwam er ruimte in je brein vrij om creatief te zijn. Klinkt heel logisch maar dat is ons brein helemaal niet. Er razen allerlei stoffen door onze hersenbanen en die hebben allemaal een invloed op ons. Ik zou de hele technische shizzle hier kunnen neertypen, maar eigenlijk heb ik daar geen goesting in. Ik zou zeggen, als het je interesseert: lees het boek, het is daar op een menselijke manier uitgelegd.

Mijmeren dus. Enkele keren per dag om tot rust te komen. Op een bankje in de zon. Of zoals ik vlak voor ik mijn laptop erbij nam: up de zulle up me gat. Het is potverdikke moeilijk om niets te doen. Probeer het maar eens. Gewoon alleen neerzitten en kijken. Om je hersenen in dat offlinenetwerk te krijgen. Want zelfs nu ik het aan het doen ben, de ideeën stromen binnen en ik wil ze noteren. Ik wil ze meteen uit dat hoofd van me. Misschien moet ik ze even laten pruttelen?

Meer weten: Rust voor je brein van Dr. Luc Swinnen.

Waarom ik nooit naar Delhaize mag gaan.

Drie jongeren probeerden het voor me. Ze liepen met luid kabaal en veel manoeuvres de grote draaideur van Delhaize voor me binnen. Ik kwam ze tegen toen ze het volledig toertje hadden gedraaid met de luide boodschap van de steward “met drie mensen = drie karren jongens!”. Ik had een vermoeden dat hij hen wel al kende. Toen ik dezelfde steward tegenkwam en ik ook karrenloos bij hem kwam was het pas de moyen. Ook ik werd teruggestuurd. Hij was echter veel vriendelijker tegen mij: “Neen mevrouw, we doen nog altijd geen mandjes, corona hé”. (Tsss, mevrouw….ja….klopt dan nog ook…).

Met de rode winkelkar voyageerde ik door Delhaize. Op mijn lijstje (dat ik via WhatsApp doorgestuurd kreeg van mijn husbando) stond het volgende:

De vaatwastabletten stonden eigenlijk nog verkeerd, die breng ik mee van mijn wekelijkse Aldi-trip. Op het Delhaize/Colruyt/Spar-briefje staan de dingen die ik niet in Aldi kan vinden. Zo koop ik bijvoorbeeld enkel maar plastic folie van het merk van Toppits, ik koop er altijd twee in een keer en dan doe ik daar een jaar of langer mee. Ik kan een blogpost apart schrijven over mijn Toppits-voorliefde, maar dat kan ik over al mijn voorliefdes.

Maar Delhaize jong. Dat is toch een uitstap op zichzelf hé. Daar speelt zachte muziek. Die rood-grijze kar, die rammelt niet. Die kun je besturen met één vinger. Trust me, ik heb het geprobeerd. Je kan ze zelfs een toertje doen draaien met één vinger. Wie ooit nog met een auto reed zonder Servo-stuur weet perfect waar ik het over heb als ik zeg: “In den Aldi hebben ze geen Servo op hun karren en nu wil ik alleen nog maar dat”.

Het begon al goed in één van de eerste rayons: groene olijfjes lachten me toe in gigantische ladingen plastic potjes. Ik voelde hoe de oceaan mij kletsen op mijn gat gaf toen ik er ééntje in mijn karretje laadde. Maar alléé, hoeveel goesting had ik op groene olijfjes?

Brood had ik niet staan op het lijstje maar dat was in eerste instantie de reden dat ik daar was. Er lag echter vers gebakken stokbrood in hun rekken, dus meenemen maar.

Delhaize is veel vriendelijker voor vegetariërs dan Aldi (al moet ik toegeven dat Aldi wel een inhaalbeweging heeft gemaakt de laatste jaren). Maar hun aanbod is veel ruimer, dus ik besloot wat voorraad in te slaan voor mijn echtgenoot.

Toen ik door de rayons wandelde was alles aantrekkelijk. Alle koopwaar staat prachtig gerangschikt op die rekken, etiketten met hun gezichtje in dezelfde richting. Ik had het gevoel dat ik het allemaal nodig had. De andere shoppende mensen deden er niet veel goeds aan. Het jonge koppeltje dat naar de pastasauzen stond te kijken deed me verlangen naar een goeie Bolognaise. Ik zag iemand lopen met een kratje Karmelietjes en dacht “ewel ja, voor vanavond, en daar mag een pringelken bij”. De Pringles gingen de kar in, de Karmelieten kwamen niet op mijn weg, maar ik vermoed dat ik ze ook ging meegehad hebben.

Delhaize, die maakt mij koekoek jong. Die sfeer, de look, het vriendelijke personeel. Ze doen er alles aan om je shopping ervaring zo aangenaam mogelijk te maken. Hadden ze mij gezegd dat ik er in een slaapzak de nacht gingen moeten doorbrengen, ik ging gevraagd hebben of het in de boekskesrayon mocht zijn.

Aan de zelfscankassa schrok ik me een hoedje. Ik had niet eens een box of een lege tas mee. Ah neen, ik had maar 4 items op mijn lijstje staan.

Vijvenvijftig euro armer kwam ik de steward weer tegen aan de draaideur.

[Ik weet perfect wat er fout is gelopen. Ik ben al meer dan een jaar actief aan het inzetten om mijn shopgedrag bij te sturen en ik kan hier nu een lijstje van minstens 6 redenen zetten hoe het kwam dat ik 45 euro meer spendeerde dan ik van plan was maar ik besloot het op de steward te steken 😉 ]

Ik wees naar de inhoud van mijn kar: “Dat is hier allemaal jouw schuld dat ik zoveel mee heb jong” riep ik hem toe. “Het is fout gegaan toen ik een kar moest nemen”.

Hij riep mondmaskerlachend: “Dat zijn de trucen van de foor hé madame!”.

Ik draaide me nog eens oogglimlachend: “De trucen van Delhaize ja!”.

En die vriendelijke man, die wenste me dan nog een prettig weekend toe ook….

…in de auto zag ik dat ik geen popcornmais, vanillesuiker of zout voor de vaatwasser mee had en de hele weg naar huis zat ik mezelf uit te lachen van achter mijn Servo-stuur.

Minimalisme en mentale gezondheid.

Deze week keek ik naar “Zorgen voor mama” op VRTnu. Kort samengevat: in het programma gaan een straathoekwerker en een sociaal werker binnen bij gezinnen die het moeilijk hebben met het dagelijkse leven. Hun hulp gaat van “ondersteuning in de zoektocht naar werk” tot “opvoedingstips”. Kristel (de zwarte van oud-K3) praat het hele verhaal aan elkaar en vormt de connectie tussen de gezinnen en de hulpverleners. Uiteraard blijft het een televisieprogramma en dat wijkt altijd wel lichtjes af van de realiteit, maar de basis vind ik wel goed gevonden.

In aflevering 3 krijgt Karina -een alleenstaande mama met 4 kinderen- hulp om haar tuin rommelvrij te krijgen. Het viel me op dat de dame in kwestie het moeilijk had om afstand te doen van haar materiaal ook al kon de kijker vanuit zijn zetel zien dat het meeste gerief niets waard was, voor haar was het dat wel. Toch pakte ze alles aan met enkele vrienden en werd een volle aanhangwagen naar het recyclagepark gebracht. Achteraf gaf ze aan opgelucht te zijn dat de rommel weg was.

Het is niet eenvoudig om dingen los te laten. Gewoontes, materiaal, gedachtenpatronen. Sommige ideeën zitten al sinds de kindertijd ingebakken en krijg je er niet uit zonder jezelf grondig te formatteren. Uit ervaring kan ik ondertussen wel zeggen: materiaal loslaten zorgt wel degelijk voor mentale rust. Mijn huis is verre van leeg maar er weegt geen rommel op mijn gemoed.

Echt? Ga je nu beweren dat mijn mentale gezondheid afhangt van de hoeveelheid gerief die ik in huis heb? Neen. Het is niet zo zwart-wit.

Momenteel volg ik een opleiding tot burn-out coach. Het is niet mijn bedoeling om hiermee direct aan de slag te gaan in de praktijk. Daarvoor heb ik nog veel te weinig handvaten. Ik ben me momenteel aan het inlezen, aan het luisteren naar mensen die zich in een burn-out bevinden en de theorie aan het toetsen aan de praktijk. Ik heb dus 0,0 ervaring, niet met een burn-out zelf, niet met de begeleiding van iemand in een burn-out. Maar ik spijker aan mijn luistertechnieken en ik sprokkel ervaringen en dat is momenteel het enige wat ik ermee doe.

In gesprekken met mensen met een burn-out komt vooral voor dat ze “actief rust moeten inbouwen”, ik weet het, het klinkt heel tegenstrijdig. Maar rust gaat hand in hand met minimalisme. Het is “minder doen” “minder willen” “minder moeten”. Het loopt dus naadloos over naar zorgen voor je mentale gezondheid. Nooit eerder waren we collectief zo druk bezig met vanalles. Lockdown één in maart 2020 was voor sommige mensen op dat gebied een eyeopener.

In de lectuur rond burn-out komt ook heel regelmatig het volgende thema aan bod: “Rust in je huis, rust in je hoofd”. In het boek “101 antwoorden op stress en burn-out” van Luc Swinnen en Dirk Coeckelbergh wordt onder het hoofdstuk “Tijdens de burn-out” de vraag gesteld “Moet ik mijn rommel opruimen?” Van mij moet je juist niets. Zeker niet als je een burn-out hebt. Maar ik ben wel van mening dat het opruimen van je huis kan helpen om je hoofd zuiver te maken. Om de ruimte te creëren die je nodig hebt om tot rust te komen. Rommel weegt op je brein. En ik heb het in dit geval niet over: alles in gelabelde bakjes stoppen. Ik zie veel opruimvideo’s waarin gerief mooi georganiseerd wordt in kleurrijke doosjes. Maar het is daarmee niet weg. Het blijft aanwezig in je leven. Ga je dat materiaal nog gebruiken? Als je het niet gebruikt hebt in de laatste jaren, ga je dat dan ook nog in de komende jaren doen? Dat materiaal legt gewicht op je leven. En soms is het nodig om afscheid te nemen van bepaalde ideeën die je over jezelf en je toekomst hebt.

Kun jij gemakkelijk afstand doen van je materiaal?