Waarom ik nooit naar Delhaize mag gaan.

Drie jongeren probeerden het voor me. Ze liepen met luid kabaal en veel manoeuvres de grote draaideur van Delhaize voor me binnen. Ik kwam ze tegen toen ze het volledig toertje hadden gedraaid met de luide boodschap van de steward “met drie mensen = drie karren jongens!”. Ik had een vermoeden dat hij hen wel al kende. Toen ik dezelfde steward tegenkwam en ik ook karrenloos bij hem kwam was het pas de moyen. Ook ik werd teruggestuurd. Hij was echter veel vriendelijker tegen mij: “Neen mevrouw, we doen nog altijd geen mandjes, corona hé”. (Tsss, mevrouw….ja….klopt dan nog ook…).

Met de rode winkelkar voyageerde ik door Delhaize. Op mijn lijstje (dat ik via WhatsApp doorgestuurd kreeg van mijn husbando) stond het volgende:

De vaatwastabletten stonden eigenlijk nog verkeerd, die breng ik mee van mijn wekelijkse Aldi-trip. Op het Delhaize/Colruyt/Spar-briefje staan de dingen die ik niet in Aldi kan vinden. Zo koop ik bijvoorbeeld enkel maar plastic folie van het merk van Toppits, ik koop er altijd twee in een keer en dan doe ik daar een jaar of langer mee. Ik kan een blogpost apart schrijven over mijn Toppits-voorliefde, maar dat kan ik over al mijn voorliefdes.

Maar Delhaize jong. Dat is toch een uitstap op zichzelf hé. Daar speelt zachte muziek. Die rood-grijze kar, die rammelt niet. Die kun je besturen met één vinger. Trust me, ik heb het geprobeerd. Je kan ze zelfs een toertje doen draaien met één vinger. Wie ooit nog met een auto reed zonder Servo-stuur weet perfect waar ik het over heb als ik zeg: “In den Aldi hebben ze geen Servo op hun karren en nu wil ik alleen nog maar dat”.

Het begon al goed in één van de eerste rayons: groene olijfjes lachten me toe in gigantische ladingen plastic potjes. Ik voelde hoe de oceaan mij kletsen op mijn gat gaf toen ik er ééntje in mijn karretje laadde. Maar alléé, hoeveel goesting had ik op groene olijfjes?

Brood had ik niet staan op het lijstje maar dat was in eerste instantie de reden dat ik daar was. Er lag echter vers gebakken stokbrood in hun rekken, dus meenemen maar.

Delhaize is veel vriendelijker voor vegetariërs dan Aldi (al moet ik toegeven dat Aldi wel een inhaalbeweging heeft gemaakt de laatste jaren). Maar hun aanbod is veel ruimer, dus ik besloot wat voorraad in te slaan voor mijn echtgenoot.

Toen ik door de rayons wandelde was alles aantrekkelijk. Alle koopwaar staat prachtig gerangschikt op die rekken, etiketten met hun gezichtje in dezelfde richting. Ik had het gevoel dat ik het allemaal nodig had. De andere shoppende mensen deden er niet veel goeds aan. Het jonge koppeltje dat naar de pastasauzen stond te kijken deed me verlangen naar een goeie Bolognaise. Ik zag iemand lopen met een kratje Karmelietjes en dacht “ewel ja, voor vanavond, en daar mag een pringelken bij”. De Pringles gingen de kar in, de Karmelieten kwamen niet op mijn weg, maar ik vermoed dat ik ze ook ging meegehad hebben.

Delhaize, die maakt mij koekoek jong. Die sfeer, de look, het vriendelijke personeel. Ze doen er alles aan om je shopping ervaring zo aangenaam mogelijk te maken. Hadden ze mij gezegd dat ik er in een slaapzak de nacht gingen moeten doorbrengen, ik ging gevraagd hebben of het in de boekskesrayon mocht zijn.

Aan de zelfscankassa schrok ik me een hoedje. Ik had niet eens een box of een lege tas mee. Ah neen, ik had maar 4 items op mijn lijstje staan.

Vijvenvijftig euro armer kwam ik de steward weer tegen aan de draaideur.

[Ik weet perfect wat er fout is gelopen. Ik ben al meer dan een jaar actief aan het inzetten om mijn shopgedrag bij te sturen en ik kan hier nu een lijstje van minstens 6 redenen zetten hoe het kwam dat ik 45 euro meer spendeerde dan ik van plan was maar ik besloot het op de steward te steken 😉 ]

Ik wees naar de inhoud van mijn kar: “Dat is hier allemaal jouw schuld dat ik zoveel mee heb jong” riep ik hem toe. “Het is fout gegaan toen ik een kar moest nemen”.

Hij riep mondmaskerlachend: “Dat zijn de trucen van de foor hé madame!”.

Ik draaide me nog eens oogglimlachend: “De trucen van Delhaize ja!”.

En die vriendelijke man, die wenste me dan nog een prettig weekend toe ook….

…in de auto zag ik dat ik geen popcornmais, vanillesuiker of zout voor de vaatwasser mee had en de hele weg naar huis zat ik mezelf uit te lachen van achter mijn Servo-stuur.

Minimalisme en mentale gezondheid.

Deze week keek ik naar “Zorgen voor mama” op VRTnu. Kort samengevat: in het programma gaan een straathoekwerker en een sociaal werker binnen bij gezinnen die het moeilijk hebben met het dagelijkse leven. Hun hulp gaat van “ondersteuning in de zoektocht naar werk” tot “opvoedingstips”. Kristel (de zwarte van oud-K3) praat het hele verhaal aan elkaar en vormt de connectie tussen de gezinnen en de hulpverleners. Uiteraard blijft het een televisieprogramma en dat wijkt altijd wel lichtjes af van de realiteit, maar de basis vind ik wel goed gevonden.

In aflevering 3 krijgt Karina -een alleenstaande mama met 4 kinderen- hulp om haar tuin rommelvrij te krijgen. Het viel me op dat de dame in kwestie het moeilijk had om afstand te doen van haar materiaal ook al kon de kijker vanuit zijn zetel zien dat het meeste gerief niets waard was, voor haar was het dat wel. Toch pakte ze alles aan met enkele vrienden en werd een volle aanhangwagen naar het recyclagepark gebracht. Achteraf gaf ze aan opgelucht te zijn dat de rommel weg was.

Het is niet eenvoudig om dingen los te laten. Gewoontes, materiaal, gedachtenpatronen. Sommige ideeën zitten al sinds de kindertijd ingebakken en krijg je er niet uit zonder jezelf grondig te formatteren. Uit ervaring kan ik ondertussen wel zeggen: materiaal loslaten zorgt wel degelijk voor mentale rust. Mijn huis is verre van leeg maar er weegt geen rommel op mijn gemoed.

Echt? Ga je nu beweren dat mijn mentale gezondheid afhangt van de hoeveelheid gerief die ik in huis heb? Neen. Het is niet zo zwart-wit.

Momenteel volg ik een opleiding tot burn-out coach. Het is niet mijn bedoeling om hiermee direct aan de slag te gaan in de praktijk. Daarvoor heb ik nog veel te weinig handvaten. Ik ben me momenteel aan het inlezen, aan het luisteren naar mensen die zich in een burn-out bevinden en de theorie aan het toetsen aan de praktijk. Ik heb dus 0,0 ervaring, niet met een burn-out zelf, niet met de begeleiding van iemand in een burn-out. Maar ik spijker aan mijn luistertechnieken en ik sprokkel ervaringen en dat is momenteel het enige wat ik ermee doe.

In gesprekken met mensen met een burn-out komt vooral voor dat ze “actief rust moeten inbouwen”, ik weet het, het klinkt heel tegenstrijdig. Maar rust gaat hand in hand met minimalisme. Het is “minder doen” “minder willen” “minder moeten”. Het loopt dus naadloos over naar zorgen voor je mentale gezondheid. Nooit eerder waren we collectief zo druk bezig met vanalles. Lockdown één in maart 2020 was voor sommige mensen op dat gebied een eyeopener.

In de lectuur rond burn-out komt ook heel regelmatig het volgende thema aan bod: “Rust in je huis, rust in je hoofd”. In het boek “101 antwoorden op stress en burn-out” van Luc Swinnen en Dirk Coeckelbergh wordt onder het hoofdstuk “Tijdens de burn-out” de vraag gesteld “Moet ik mijn rommel opruimen?” Van mij moet je juist niets. Zeker niet als je een burn-out hebt. Maar ik ben wel van mening dat het opruimen van je huis kan helpen om je hoofd zuiver te maken. Om de ruimte te creëren die je nodig hebt om tot rust te komen. Rommel weegt op je brein. En ik heb het in dit geval niet over: alles in gelabelde bakjes stoppen. Ik zie veel opruimvideo’s waarin gerief mooi georganiseerd wordt in kleurrijke doosjes. Maar het is daarmee niet weg. Het blijft aanwezig in je leven. Ga je dat materiaal nog gebruiken? Als je het niet gebruikt hebt in de laatste jaren, ga je dat dan ook nog in de komende jaren doen? Dat materiaal legt gewicht op je leven. En soms is het nodig om afscheid te nemen van bepaalde ideeën die je over jezelf en je toekomst hebt.

Kun jij gemakkelijk afstand doen van je materiaal?

Zes simpele vragen.

Minimalisme gaat voor mij niet alleen om minder materiaal, ik trek het eigenlijk door in mijn volledige leven. Soms is het niet evident om moeilijke thema’s aan te pakken en bij elke keuze die je maakt verlies je iets. Ik probeer altijd om de volgende vragen te stellen als ik moeite heb om keuzes te maken of zaken aan te pakken:

Wie zegt dat?

Enkele jaren geleden ben ik afgestapt van het “Dat hoort zo”-idee. “Wie zegt dat?” Die ene groottante met een mening op het familiefeest? Iemand die zijn wenkbrauwen optrekt als je vertelt over je plannen? Echt, daar laat ik mijn beslissingen niet meer door beïnvloeden. Als twintiger dacht ik soms wel eens dat ik bepaalde dingen in mijn leven moest. Ik wou ook altijd mijn keuzes verdedigen. Sommige keuzes zijn comfortabeler dan andere, maar ze moeten daarom niet altijd gemaakt worden.

Welke mensen?

Er zijn bitter weinig mensen die nooit wakker liggen van wat anderen van hen denken. Ik wil -net als velen- graag gezien zijn maar het is niet zo dat ik al mijn handelingen daarop ga afstemmen. Ik wil vooral mezelf content stellen want wat anderen van je denken: dat zijn ze na vijf minuten vergeten voor ze weer met zichzelf bezig zijn. Moet je daarom zonder scrupules iedereen gaan kwetsen die je tegenkomt? Uiteraard niet. Ik zou dat ook niet gezellig vinden maar het gaat hier over situaties waarin je misschien denkt: “Wat gaan de mensen wel niet denken”. De eerste vraag die dan bij mij opkomt is: “Welke mensen?”.

Heb ik dat echt nodig?

Zoals ik schreef in de inleiding: minimalisme gaat in mijn geval niet enkel over materiaal. Zo kan ik in een opwelling wel eens een winkelmandje vullen op een webshop en het dan afsluiten zonder af te rekenen nadat ik mezelf de vraag stel: “Heb ik dat echt nodig?”. Maar het gaat zoveel ruimer dan winkelmandjes aan de kant schuiven. “Heb ik dat nodig?” is een vraag die ik me regelmatig stel als ik over levensthema’s nadenk. Relaties, doelstellingen,…als ik mezelf dreig te verliezen in iets is de “Heb ik dat eigenlijk wel nodig?”-vraag iets wat me vlug terug met de voeten op de grond brengt.

Geeft het evenveel energie als het neemt?

Soms kan het wel eens vermoeiend zijn om een job in de sociale sector te combineren met een gezin en allerhande andere shizzle. Het werk vraagt veel van me, de jongeren kunnen wel eens al mijn energie opvreten en het gebeurt dat ik doodmoe thuiskom. Maar dan heb ik één goed gesprek met iemand. Dan is er halfweg de dag één positief iets wat ik voor iemand kan betekenen. Dan zien we ineens vooruitgang in een proces dat we hebben opgestart of ik zie dat iemand iets heeft bijgeleerd door wat ik heb voor getoond. En dan besef ik weer: “Dit is waarom ik dit doe, dit geeft me energie.” En eventjes valt alles dan in evenwicht. Die balans is voor mij heel belangrijk en die maak ik regelmatig op.

Is it serving my future self?

Het klinkt zoveel beter in het Engels dan in het Nederlands vind ik. Het is een beetje een saaie vraag soms. Want mijn future self is het niet altijd eens met mijn present self. Mijn present self wil soms een hele zak chips in een keer leegboefen en dan zit mijn future self een halve dag later nog altijd met een pijnlijke maag of ze werpt een meewarige blik op de weegschaal. Maar het gaat bij deze vraag ook vooral om de ruimere thema’s. Ga ik voor instant gratification of kijk ik verder in de toekomst? Pas op, het werkt in beide richtingen. Misschien ben ik vandaag effectief beter af met een keuze die ik nu maak ook al is die minder voordelig voor me in de toekomst. Het afwegingsproces loopt gewoon veel gemakkelijker dan vroeger.

What is my gut telling me?

Veel meer dan ooit durf ik mijn gevoel uit te spreken en mijn intuïtie te volgen. Mijn gevoel is daarom niet altijd juist, maar ik heb het op zijn minst onderzocht. Ik durf al veel meer de bizarre vragen die in mijn gevel schieten te stellen, iedereen gaat wel eens af en fouten maken we allemaal hé.

’t Zit in de kleine dingen.

Anderhalf jaar later kan ik zeggen dat enkele minimalistische gewoontes ingebed zijn in mijn dagelijkse leven. De rest van mijn gezin lijkt ook wel een beetje te begrijpen dat we willen afstappen van het materialistische, maar uiteraard moet ik dat nuanceren. Kinderen omvormen tot minimalisten, dat is een traject waar enkele jaren over gaan. Niet dat ik vind dat mijn kinderen zich volledig naar mijn visie moeten schikken maar ik geef graag duwtjes in die richting om hen van enkele zaken bewust te maken.

Eén verjaardagscadeau

Voor de kinderen zijn verjaardagen een hoogdag, maar zelf vind ik het minstens even belangrijk dat deze gevierd worden. Gisteren was mijn jongste zoon jarig, in non-corona-dagen vieren we dat uitgebreid met meter en peter, oma’s en opa’s. Dit jaar is het lichtjes anders en gaan we voor een outdoor ontbijt. Meter en Peter zijn altijd zo lief om te vragen of de jarige een wishlist heeft en dit jaar stond daar “centjes voor een eigen tablet” op. Hoewel ik strikte regels hanteer over schermtijd vind ik het wel fijn dat mijn jongens hun eigen gerief hebben waar ze naar hartenlust op kunnen swipen en downloaden (met parental control uiteraard). Vaneigens is zo’n toestel duur maar als ik zie dat ze hier dagelijks mee aan de slag gaan vind ik het best een goeie investering. Je kunt daar ook heel wild in gaan en direct voor iPad gaan maar een basis model van Samsung blijkt ook goed zijn werk te doen. We kochten er ook een stevige cover bij.

Wat geef je aan iemand die al alles heeft?

Nieuwjaar is traditioneel een tijd van cadeautjes maar voor sommige mensen is het echt moeilijk om nog iets te vinden dat ze nog niet hebben of om een beleving te geven. Ik vind een massagebon, een restaurantcheque of een bloemenabonnement een mooi geschenk. Met de kleinkinderen gaven we dit jaar een krantje cadeau aan onze grootmoeder. Maandelijks loaden we foto’s op via een website, deze worden in een papieren krantje gegoten en geleverd in meme’s brievenbus. Als het einde van de maand nadert krijg ik een mail van “Carlos van het krantje” dat ik dringend mijn foto’s moet uploaden. Er is ook een WhatsApp-groepje ontstaan met mijn neven en nichten waarin we elkaar motiveren om er tijdig aan te beginnen en ondertussen blijven we ook up-to-date met elkaars’ leven. Win-Win! Uiteindelijk is het feit dat de kleinkinderen met elkaar in contact staan voor meme ook een geschenk.

Opgeruimd huis – opgeruimd hoofd

Hoe minder gerief ik heb, hoe meer ik me stoor aan rondslingerend gerief. Alles heeft ondertussen een plaatsje gekregen en als iets niet op zijn juiste plekje ligt word ik lichtjes chagrijnig. Opruimen brengt nog altijd rust in mijn hoofd. Er ligt nog weinig “open en bloot”. Op tafel of de keukentablet ligt er doorgaans niets. Als er zich daar hoopjes vormen is het dringend tijd om die eens aan te pakken. Het salontafeltje is echter nog een werkpunt.

Enkel vervangen wat je nodig hebt!

Spullen worden enkel vervangen als ze stuk zijn. Soms wacht ik met opzet lang om iets te vervangen, zo heb ik een periode om te evalueren of ik iets eigenlijk wel of niet kan missen. Ik maakte laatst popcorn met te weinig olie waardoor ik mijn kleine kookpot ruïneerde. Sindsdien kook ik zonder die ene pot en hoewel het soms raar is om iets kleins klaar te maken in een grotere pot, lukt het eigenlijk ook en mijn kast is overzichtelijker.

Het zal misschien raar klinken maar ik koop bijna nooit kleren voor mijn kinderen. Een collega van me geeft regelmatig een grote doos tweedehands kledij door en daar zit altijd zo’n mooi gerief in dat mijn kinderen er beide nog deugd van hebben. Enkel als ik echt iets tekort kom ga ik kledij aankopen. Soms komt het goed uit en moet de paashaas ineens kousen gaan verstoppen bij zijn eitjes of komen er nieuwe kamerjassen tevoorschijn uit de zak van Sint en Piet. Een uitzondering hierop zijn schoenen, die koop ik altijd nieuw.

Inzetten op belevingen

Tijdens de vakantie plannen we regelmatig een uitstap met de kinderen. Doordat wij in shifts werken zijn we weinig met ons vier samen waardoor dit veelal kwali-tijd is. In het paasverlof gingen we wandelen met alpaca’s Pol en Jos. Een zalige uitstap waar we alle vier plezier aan beleefden.

Die twee rakkers zaten direct onder ons vel!

To Kobo or not to Kobo

Ik twijfel om een e-reader aan te kopen. Momenteel heb ik een Kobo-plus abonnement via Bol.com. Voor 9,99 euro per maand kan ik onbeperkt boeken downloaden uit hun aanbod. Ik vind er 80% van de boeken die ik wil lezen. Voor gloednieuwe boeken moet ik betalen maar die leen ik veelal in de bibliotheek of ik krijg ze door van anderen. Van het abonnement ben ik dus heel tevreden. Momenteel lees ik een groot deel van mijn boeken op de iPad. Aangezien mijn kleuter tijdens zijn schermtijd graag tekenfilmpjes kijkt op YouTube of Netflix (Zig & Sharko, Oggy & The Cockroaches,…gelukkig met een koptelefoon) kan ik tijdens die stillere momentjes dus enkel op mijn smartphone lezen, dat vind ik niet ideaal. Ik zit graag in de zetel met mijn dekentje over mij dus ook laptoplezen is dan niet aan mij besteed.

Mijn zoon is bijna jarig en hij wil graag als geschenk “centjes om een eigen tablet te kopen”. Als (beginnende?) minimalist kan ik dat idee alleen maar toejuichen, want beter samenleggen voor een duurzamer geschenk dan vijf kleinere cadeautjes waar we nu al geen plek meer voor hebben. Kortom: de iPad komt weer bij mij als hij zijn eigen tablet zou hebben.

Ik hoor van velen dat een e-reader toch echt veel gemakkelijker en aangenamer leest dan een iPad. Ik lees ook niet zo graag op de iPad in bed omdat het toch belastend is voor mijn ogen. Aan de andere kant lijkt het mij een onnodige aankoop want eigenlijk lukt het nu ook.

Vroeger ging ik daar allemaal niet om talmen, dan was het meer van: ik wil het, dus koop ik het. Nu beredeneer ik veel meer of ik iets echt nodig heb. Een Kobo e-reader kost al vlug minstens 100 euro. Toch een investering waar ik over moet nadenken. Ik begrijp ook niet waarom het verschil in die e-readers zo groot is. Je hebt er van 99 euro en je hebt er van 329 euro. Ik weet dat Kindle als de meest geprezen e-reader naar boven komt, maar die werkt met een Amazon-account, dat wil ik liever niet.

Lezen jullie via een e-reader? Zo ja, welk type en ben je er tevreden mee?

Minder door “neen”.

Bij het scrollen door Instagram komt nu en dan eens terug dat mensen zich verontschuldigen omdat ze zo weinig actief zijn geweest de laatste tijd. Meestal heb ik dat niet eens doorgehad (*insert zo’n aapje met zijn handjes voor zijn ogen*) en in tweede instantie maakt het voor mij helemaal niet uit. Ik begrijp dat Instagram voor sommigen een bron van inkomsten is, dat het een manier is om hun bedrijf in de kijker te zetten of om klanten te vinden. Toch vind ik het altijd vreemd als mensen zich gaan verontschuldigen voor hun afwezigheid op sociale media. Maar dat is uiteraard mijn idee want in het leven stel je nu eenmaal mensen teleur. Dat is zo. Als je je telkens gaat plooien naar de wensen van iemand anders zal dat misschien minder voorvallen maar hoe meer je kiest voor jezelf, hoe meer je eens op een rare blik of een vreemde opmerking zult stoten. Uiteraard is dat verre van aangenaam. Niemand wil graag een scheve krijgen. Ik ook niet. Maar de balans bewaren tussen wat je wil en wat je doet is zo belangrijk. Voor je het weet zeg je overal “Ja” op en word je door anderen geleefd. Voor je het weet ben je je tegen iedereen aan het verontschuldigen “sorry, sorry, sorry”.

Ik volg momenteel een korte opleiding burn-out coach. Het ontstaan van een burn-out en de aanpak hiervan interesseert me en het gaat er me vooral over om betere gesprekstechnieken onder de knie krijgen. In mijn cursus staat er letterlijk beschreven hoe je “Nee” zegt. Het klinkt misschien heel simpel maar ik merk dat dit niet voor iedereen zo evident is. Ik neem het even over met toestemming van de docent:

Bron: “Cursus Burn-out coach”- Martin Dijs

Je hoeft je niet te verantwoorden als je “neen” zegt tegen iets of iemand. “Neen, dat lukt niet” is ook een antwoord op een voorstel. Sommige mensen durven wel eens doorduwen of proberen om je op andere gedachten brengen. Schuldgevoel aansmeren valt ook onder die noemer. “Ja maar kun je dan niet wisselen?” Iets wat ik veel heb moeten horen toen ik vroeger “Nee” zei op avondjes uit omdat ik de dag erop vroeg moest werken. Ik kan wel degelijk wisselen, maar ik wil niet. Dat vraagt teveel gedoe en daar heb ik niet altijd zin in. Die laatste twee zinnen zei ik er nooit bij. Ik zei gewoon: “Neen” en dat werkt.

Het vergt wel energie om “neen” te zeggen. In veel gevallen is het echt gemakkelijker om iets wel te doen en ook al vraagt het wat van je tijd, je hoeft er geen awkward situatie bij te nemen waarbij je iemand moet teleurstellen. Soms heb je ook gewoonweg tijd en goesting om iets te doen (al dan niet voor iemand). Daar draait het hier helemaal niet om. Het gaat over stapeltjes maken van kleine taakjes “die je er wel bij neemt gewoon omdat iemand het vraagt”. Stapeltjes waar je tijd noch goesting voor hebt. Taakjes die gerust ook door iemand anders kunnen afgehandeld worden, als je het maar leert loslaten.

Zelf probeer (met nadruk op “probeer”) ik ook regelmatig taken weg te delegeren. Zowel thuis als op het werk. “Ik moet meer delegeren” zeg ik er altijd bij tegen collega’s (jawel, ik maak die verontschuldiging altijd, ook al is dat ècht niet nodig). Soms komt de vraag bij ons om overuren te doen. Als dat lukt ga ik altijd inspringen, maar als dat niet lukt dan zeg ik dat meteen. Er is ook een verschil met het werk verlaten en het gevoel hebben dat ik niet heb kunnen afwerken waar ik mee bezig ben. Soms zorgen onvoorziene situaties wel eens voor een onafgewerkt knagend gevoel. Daar heb ik het altijd moeilijk mee. Dus ik ben ook nog zoekende in delegeren, “nee zeggen” en loslaten wat ik niet kan fixen. Het helpt als ik het kan verwoorden naar collega’s.

Thuis lukt het veel vlotter ook al is het soms ambetanter om mijn kinderen uit hun spel te halen om de vaatwasser te legen dan om het zelf te doen. De was is niet altijd naar mijn goesting geplooid als zij het doen maar ik laat het los en knijp een oogje dicht als ik een vermukkeld hoopje T-shirts in de kast zie liggen. Als ik verwacht dat zij het doen moet ik er ook mee om kunnen dat het niet op mijn manier gebeurt.

Kun jij gemakkelijk “nee” zeggen of vind je dat moeilijk? Wat vind je daar zo moeilijk aan?

Meer inspiratie nodig: de dames van Werk en Leven spreken er ook heel regelmatig over in hun podcast!

Gratis maar goud waard

Met de verandering in mijn mindset rond materialisme en bezittingen gaat er heel wat gepaard. Het is niet alleen zo dat ik “vanaf nu probeer minimalistisch te leven”. Ik ben nog altijd heel blij dat ik minimalisme heb leren kennen, het heeft een grote impact op heel mijn leven. Zelfs mijn jongste zoon heeft de microbe te pakken (al doe ik zo’n uitspraken best niet teveel aangezien we allen herstellende zijn van een Coronabesmetting). Ik hoor hem regelmatig zeggen “Mama, als we dat niet meer gebruiken zouden we dat beter wegdoen hé?”

Sinds ik mijn living heb geminimaliseerd heb ik meer ruimte voor de dingen die ik ècht graag zie. Vroeger vond ik mijn boekenkast iets vet maar ik ben hierin sterk veranderd. Er was geen enkel boek dat ik nog ging herlezen dus waarom stonden ze daar nog? Wat was de waarde van die boeken voor mij? Nadat ik ze had gelezen: geen enkele om eerlijk te zijn. Het waren items waar ik het stof van moest afvegen en netjes moest terugzetten. De boeken die me wel na aan het hart liggen hield ik en de rest ging de deur uit naar geïnteresseerden. Nu staat er een veel kleinere kast en is er een gigantische hoek voor mijn planten die de tijd van hun leven hebben daar.

Het voelt als een verlichting om te beseffen dat ik genoeg heb. Ik heb niet meer “dringend dit of dat nodig”. Het lukt altijd wel door even te wachten en er komen altijd oplossingen uit de bus. De rust die dit met zich meebrengt is onbetaalbaar en de energie die ik uit die rust haal gebruik ik voor iets anders. Wandelen in de natuur bijvoorbeeld. Echt, de 15-jarige in mij draait keihard met haar ogen als ze dit ooit zou lezen. Ze zou mij een zweefteef noemen maar sinds ik minder tijd spendeer aan winkelen heb ik meer tijd om eens een boswandeling te maken en mijn hoofd op die manier leeg te maken. Winkelen was soms gewoonweg verdoven.

Nu ik meer wandeldates heb apprecieer en onderhoud ik mijn relaties nog veel meer dan vroeger. Vroeger sprak ik gemakkelijk eens af in een koffiebar of om een namiddag in het shoppingcenter te spenderen. Ik kwam nooit tot zo’n goeie gesprekken als tijdens een wandeling. Ik ga uiteraard ooit nog wel koffietjes slurpen maar ik ga ook blijven inzetten op samen bewegen en buitenlucht opsnuiven. Ik ben altijd al iemand geweest die met weinig content was en dat is alleen maar gegroeid. (In koffiebars word ik ook soms nerveus door het grote aanbod. Een gewone zwarte koffie is voor mij goed genoeg, liefst een grote 😉 )

Ik geniet dubbel zo hard van “belevenissen” zo kijk ik al weken uit naar mijn kapper en het bezoekje aan de schoonheidsspecialiste. Dat was iets wat ik vroeger tussen de vele afspraken in plande. Nu geef ik heel graag een extra centje uit aan een gelaatsverzorging of aan een massage aan huis. Er is niets mis met jezelf verzorgen. Nog even geduld hiervoor!

7 vragen aan…

Op de pagina “Inspiratiebronnen” vul ik van tijd tot tijd nog wat boeken, blogs of documentaires aan maar het liefste luister ik naar gelijkgezinden over minimaliseren. Er zijn nog heel wat mensen die niet weten wat het juist inhoudt en wat het kan bijbrengen in je leven en het is fijn om te praten met iemand die exact weet wat je bedoelt.

Vandaag laat ik Kim aan het woord. Ik volg Kim al enkele jaren vanop de zijlijn doordat we ons in dezelfde dingen interesseren. Laatst kwamen we elkaar heel toevallig tegen bij het zwembad en toen besefte ik dat ze best een goeie kandidaat zou zijn voor het “7 vragen aan….”-onderdeeltje. Dus hier gaan we!

Hoe of door wie leerde je minimalisme kennen?

Toen we gingen samenwonen, kochten we al snel 25 mooie borden, evenveel wijnglazen, champagneglazen, cocktailglazen, waterglazen, drie volle dozen hapjesdingen enz… Dit leidde tot een huis waar nooit genoeg kastruimte was én waar ik enorm veel werk aan had terwijl het meeste maximaal 1x per jaar uit die kast kwam (om te poetsen). Drie maand nadat we gingen samenwonen, werd ik -bewust- zwanger. Dit leidde tot nog meer spullen (tip nummer 1: laat je nooit in een babyspullenwinkel adviseren wat je écht nodig hebt!).

Uiteindelijk ging ik op zoek naar een boek dat me kon helpen om de chaos een beetje minder chaotisch te maken en zo kwam ik terecht bij de HuisHoudCoach. Een Nederlandse dame die in het toenmalige boek probeerde het huishouden op de rails te krijgen. Van poetsen tot sorteren, van een soort huishoudboekhouding tot een goede basisuitrusting om alles onder controle te houden.
De jaren kabbelden verder, er kwamen nog twee kindjes bij en ik ging terug studeren. Als studerende leerkracht betekende dit nog veel meer materiaal in huis en vooral kilo’s papier. Pas nadat ik mijn laatste diploma haalde, dacht ik: “NU is het GENOEG!”.
Ik had tussendoor al wat ge-Netflix’t, Marie Kondooke op afstand gevolgd, ik las geregeld iets van The Minimalists en ik was in de ban van Tiny Houses. Het liefste had ik alles achtergelaten en vanaf nul gestart in zo’n klein huisje. Natuurlijk was dit met een echtgenoot, drie kinderen, twee honden, vijf kippen en toen nog wat vissen… niet echt realistisch. Ik koos voor the next best thing.
Al mijn oud lesmateriaal en mijn studieboeken werden naar het containerpark gebracht. Ik wou het ritueel verbranden maar dat was niet meer toegestaan. Daar stopte het niet. De kasten, de zetels, de tafel… ik was het beu gezien. Jarenlang had ik avonden, nachten en zeer vroege ochtenden gestudeerd in de living. Ik associeerde de ruimte met “werk” of “studeren” waardoor het thuisgevoel echt weg was voor mij. Daarnaast kostte het onderhoud me enorm veel tijd. Ik sorteerde uit wat we écht gebruikten, hield nog een klein beetje extra gerief zodat we comfortabel mensen konden blijven ontvangen (dat was in den tijd dat dit nog mocht!) en de rest ging weg. In één dag haalde ik de kasten uit elkaar en werd heel extreem van overvol naar zeer leeg gegaan. Carte blanche: the end of an era en het begin van nieuwe vrijheid.
In plaats van een dressoir, een barkast, een speelgoedkast, een gigantische salontafel en geen ruimte voor niets, gingen we uiteindelijk naar één barkast(je). De rest van het gerief vind je nu in onze keuken terug, het speelgoed in de kamers. Iets dat niet gebruikt wordt, wordt vriendelijk buitengebonjourd.
De ruimte wordt gebruikt en het huis leeft. Een kamp maken, voluit knutselen of genieten van een filmavond, geen probleem. De living verbouwen tot Playmobil/lego-land, okido! Nailed-it naspelen en volop bakken en versieren, prima! Maar eens het erop zit (na een activiteit, een dag, een week…), gaat alles gewoon terug naar zijn vaste plekje.

Welke tip zou je starters meegeven?

Warm op met iets wat bij jou past:
Lees je graag stripverhalen/manga’s? Lees dan eens die van Marie Kondo, niet persé om zo extreem tewerk te gaan maar wel om goesting te krijgen…
Luister je graag naar podcasts? Probeer dan eentje te beluisteren over declutteren of minimalisme.
Kijk je graag series/reality shows? Bekijk eens iets op Netflix rond het topic of zoek op YouTube, 1001 filmpjes! Mijn favoriet: The Tiny House Movement. Niet zozeer om zelf in zo’n piepklein huisje te wonen maar ze hebben wel heel leuke opbergideeën en het is zo leuk om te zien hoe ze alles maken…
Laat je vooral niet overrompelen. Er is ongetwijfeld een reden waarom je dit leest of waarom dit je bezighoudt. Wat wil je bereiken? Focus on the goal! Als je nadenkt waarom je dit wil gaan doen, lijkt het iets makkelijker te gaan. Ik wou meer tijd voor mezelf en minder tijd om alles schoon te maken/bij te houden!

Kreeg je al veel tegenkantingen?  Zoja, welke?

Tegenkanting zou ik het niet noemen, eerder verbazing.
“Jamaar, wij hebben iedere 2 jaar een groot feest met 30 man!”. Wij doen dit soms ook (ooit mocht het nog) maar dan pas ik mij aan. Meestal nemen we iets wat gewoon uit de hand kan gegeten worden. Of als het echt moet, dan durven we al eens wegwerpgerief te kopen (ik probeer dan wel te gaan voor de meest milieuvriendelijke keuze).

“En wat als…”. Geen concreet voorbeeld maar soms zijn er wel “wat-als’ers”. Ik ben iemand die nu leeft en nu liefst dingen doe die ik graag doe. Niets is zeker, niemand wordt een aantal jaren, weken of dagen beloofd. Als er iets gebeurt waardoor ik plots iets nodig heb, dan zal het ongetwijfeld de moeite zijn om in die situatie iets te kopen of te lenen bij iemand.

Indien je gezinsleden hebt: hoe gaan zij om met je minimalismemanie?  

Ik denk dat ze hier best gelukkig mee zijn. Als iemand iets nodig heeft en ze vragen het aan mij, dan heb ik het binnen de paar minuten ongetwijfeld vast. Zelf weten ze ook perfect waar iets thuishoort. Tot slot laat ik hen zoveel mogelijk doen in hun eigen kamer. Ik vond het altijd belangrijk dat ze hun eigen kamer hadden en ik vind dat ze hier ook enige vrijheid moeten kunnen bewaren. Omdat ik iets leuk, aangenaam of fijn vind, is dat niet persé zo voor anderen. Dat probeer ik te respecteren. Probéér omdat ik af en toe toch even wil zorgen dat alles hygiënisch blijft en dan ga ik me al eens moeien om eerst op te ruimen. Wat betreft mijn wederhelft, hij ziet ook wel gaven in een georganiseerd huis(houden). Het vermijdt eindeloze discussies: “Waar is mijn……” is een zeldzaam zinnetje geworden. Ik durf zeggen dat het wérkt voor ons.

Blijf je nog bijleren over minimaliseren, welke tips zou je gevorderden kunnen meegeven?

Bijna wekelijks luister ik naar de podcast van The Minimalists en ik herlees geregeld eens een manga van Marie Kondo. Ik hou van – georganiseerde – brol: stickertjes, planners, stiftjes, kleine popjes, … Planten kopen behoort nu ook tot één van mijn favoriete bezigheden maar in tegenstelling tot vroeger, blijven ze nu in leven. Al de dingen die ik heb, daar wil ik moeite voor doen. Daar draait het volgens mij om: kies spullen die je wil onderhouden, waar je wil voor zorgen. Dat zijn meestal de spullen die waarde toevoegen.
Voor iedereen: geniet er gewoon van! Wees tevreden, vergeet vooral niet te léven. Er is geen one-size-fits-all hiervoor. Mensen evolueren, je hebt fasen waarin je meer of minder spullen nodig hebt en je zal nooit ‘klaar’ zijn. Je hoeft er ook niet continu mee bezig te zijn, doe vooral waar jij je goed bij voelt. En tot slot: wat je ook beslist om in huis te halen of te houden, doe het met overtuiging. Kies spullen die jij leuk vindt, die jou (en je huisgenoten) gelukkig maken. (Remember het hondenbeeld van Joey en Chandler?)

Welke item heb je ooit geminimaliseerd en je achteraf beklaagd?

Ik heb me eerlijk waar, nog nooit iets beklaagd. Het zijn maar spullen, meestal vervangbaar en nooit levensbelangrijk. Zelfs oude planners heb ik weggegooid. Omdat ze geen waarde meer hadden voor mij. Alles kent zijn tijd en plaats, als de tijd voorbij is, dan is de tijd om te gaan gekomen.
Bepaalde emotionele spullen heb ik gedigitaliseerd (denk aan oude blogposts, schattige mailtjes, foto’s van 20 jaar geleden…) zodat ik ze in principe niet kwijtraak maar misschien zal ik er nooit meer wat mee doen?
Eén van mijn grootste no-go’s is ook dat ik mijn kinderen later niet wil belasten met duizenden beeldjes, honderden boekjes en andere prullaria. Soms houden mensen spullen bij ‘voor later’ maar ik weet zelf niet of dat wel zo’n goed idee is…
Mijn vermoeden is dat als je minimaliseert naar je eigen gevoel en eigen doelen i.p.v. klakkeloos iemand na te doen, dat je dan (bijna) nooit in de problemen zal komen. Niemand kan immers beslissen in jouw plaats wat waardevol is en wat niet.

Welke item kan iedereen minimaliseren?

Wat mij het allermeeste deugd deed, was het wegdoen van al die ‘gratis’ koffiekoppen en ‘gratis’ glazen van bij de mosterd & Nutella. We hebben hier nog steeds een mooi assortiment maar je hoeft écht niet alles te houden

Dikke merci voor je tijd Kim! Volg Kim op volgende kanalen: haar blog of haar Instagram-pagina.

Moneytalk

Sinds vorig jaar werkt mijn echtgenoot als zorgkundige in het ziekenhuis. Daarvoor werkte hij bij enkele goed renderende bedrijven als planner en vertegenwoordiger en dat vertaalde zich vooral in een royaal loon en enorm veel extralegale voordelen. Van maaltijdcheques tot een auto met tankkaart tot relatiegeschenken waar we ook van mee profiteerden. Het punt was: hij was niet gelukkig. Hij besloot na lang wikken en wegen om zich om te scholen tot verpleegkundige. De omslag maken was niet evident, mentaal maar ook in het dagdagelijkse. Van een vast uurschema naar een flexibel uurrooster. Van een royaal loon naar een basisloon.

Uiteindelijk bouw je gaandeweg een leven op en je wordt dingen gewoon. Geld was er altijd, daar hebben we nooit tekort van gehad. Het is ook niet dat wij steenrijk waren, verre van, met twee kleine kinderen en een eigen huis dezer dagen is het soms opletten. Maar…tripjes naar de winkel moesten niet beredeneerd worden op voorhand, daar stond ik nooit echt bij stil.

Nu doen we het met 600 euro netto minder per maand (hij werkt ook minder uren, dat moet ik er zeker ook tussen haakjes bij zetten). We hebben geen bedrijfswagen met tankkaart meer, geen groepsverzekering, geen maaltijdcheques….enkel een hospitalisatieverzekering voor hem.
Ik gebruik al twee jaar systematisch YNAB maar je hoeft niet veel van wiskunde af te weten om te zien dat 600 euro een serieuze hap uit een maandbudget is. Kwam daarbij dat we ook weer de kosten van een auto en benzine hadden. Je moet duidelijk wat over hebben om in de zorg te willen werken, letterlijk deze keer.

Wat blijkt? Het lukt. We doen het werken en we letten enorm op onze uitgaven. Uiteraard is het voorbije jaar geen goeie referentie om op terug te kijken, mijn potjes “dining out” en “fun money” zijn nooit gevuld of leeggehaald geweest omdat…tjah, jullie weten het ook hé.
Het zit hem echt in de kleine details vind ik. Wij spendeerden bijvoorbeeld enorm veel geld aan Bol.com. Een boek dat ik wou lezen: bestellen op bol. Een speelgoedje dat de kinderen wilden: bestellen op bol. Er waren vroeger maanden dat wij 700 euro gespendeerd hadden aan materiaaltjes op bol.com. ZEVENHONDERD! Er waren uitgaven bij waarvan ik niet wist wat ze waren. Elke week systematisch al mijn uitgaven ingeven in YNAB drukt me echt met de neus op de feiten.

Doordat ik het minimalisme leerde kennen vorig jaar ben ik niet alleen serieus gaan downsizen in mijn materiaal maar ik ben ook nog eens minder gaan spenderen. Aangezien ik steeds meer ruimte wou in mijn huis mocht er ook niet teveel binnenkomen dus uitgaven werden veel meer gewikt en gewogen. Versta me niet verkeerd: ik blijf iemand die graag winkelt en zich gemakkelijk verliest in het kopen van onnodige prulletjes, het is een verhaal van vallen en opstaan. Zoals ik eerder schreef kwam het feit dat winkels sloten door de crisis mijn queeste ten goede.

We zijn ook kraks geworden in goedkopere uitstapjes met de kinderen. We waren sowieso geen grote restaurantgangers maar uitstapjes werden al vlug kostelijke posten. Uiteindelijk vinden onze kinderen het vooral fijn om samen met ons op stap te zijn en of daar nu een uitgebreide maaltijd in een duur restaurant bijkomt of thuis een pizza uit de diepvries dat maakt hen geen enkele moer uit. Kinderen worden iets vlug gewoon. Dus proberen we veel te picknicken en in te zetten op belevingen. Ik besef dat de horeca het nu heel zwaar heeft maar we dragen onze steen bij aan de maatschappij door beiden in de zorg te werken voor een matig loon. We laten de grotere uitgaven over aan de mensen die het zich kunnen veroorloven, want momenteel horen wij daar niet bij.

We doen beiden onze job in de zorgsector enorm graag. Wij, noch onze kinderen missen iets. “We zaaien naar de zak”. Alleen is die zak iets minder vol dan vroeger.

7 vragen aan…

Op de pagina “Inspiratiebronnen” vul ik van tijd tot tijd nog wat boeken, blogs of documentaires aan maar het liefste luister ik naar gelijkgezinden over minimaliseren. Er zijn nog heel wat mensen die niet weten wat het juist inhoudt en wat het kan bijbrengen in je leven en het is fijn om te praten met iemand die exact weet wat je bedoelt.

Ik sprak Heidi van de blog Living By The Sea aan. Ik volg haar al superlang (haar Flantaartrecept is een klassieker hier!) en ze is een vaste waarde in blogland. Naast de vele projecten die ze doet is ze ook een aanhanger van het minimalisme.

Hoe of door wie leerde je minimalisme kennen?

Dat weet ik eerlijk gezegd niet meer. Ik had al van kleinsaf ‘opruimdagen’. Dan begon ik in een hoek van mijn kamer en werkte naar de andere hoek en deed alles weg wat ik niet meer wou. In mijn huis deed ik daar mee verder. Zo’n opruimronde bleek ideaal om stress de baas te kunnen 🙂 Het had ook te maken met een gevoel van vrijheid, denk ik. Ik las over minimalisten die maar 100 dingen hadden en vond dat inspirerend. Tot ik merkte dat ze eigenlijk vals speelden want ze rekenden enkel persoonlijke items tot die 100 stuks en niet bijvoorbeeld alles uit de keuken. 

Welke tip zou je starters meegeven?

Begin klein. Bijvoorbeeld met je auto of je handtas of zelfs met je sleutelbos. Je kan ook beginnen met dubbels weg te doen. Twee slabestekken? Goh, echt niet nodig. Ook een gemakkelijke: al je kleerhangers omdraaien en als je iets aandoet, de kleerhanger weer gewoon hangen. Na een jaar weet je dus wat je niet aangedaan hebt en wat je dus in principe kan wegdoen. Je moet spullen soms ook loskoppelen van de prijs die je ervoor betaald hebt. Bij nieuwe spullen denk ik soms ook in een kostprijs per vermoedelijk gebruik. Vaak helpt dat om iets toch niet te kopen. Of omgekeerd, om als het zijn prijs waard is, net echt te genieten van een aankoop. En ook: beter minimaliseren dan organiseren. Je ziet vaak dat mensen extra dozen of kasten kopen om hun vele spullen weg te steken. Dat heeft volgens mij het omgekeerde effect.

Kreeg je al veel tegenkantingen?  Zo ja, welke?

Eigenlijk valt dat goed mee. Soms kreeg ik wel eens de opmerking dat mijn huis kaal was. Ik denk niet dat dit iets met minimaliseren te maken heeft maar eerder met niet kunnen beslissen welke kaders aan de muur zouden komen, haha. 

Indien je gezinsleden hebt: hoe gaan zij om met je minimalisme-manie?


Ik probeer anderen met het minimalismevirus aan te steken met wisselend succes. Mijn moeder en zus zijn echte verzamelaars. Ze kunnen niets wegdoen. Als ik ga argumenteren, dan volgen ze wel maar ze vinden het moeilijk om toch tot actie over te gaan. 

Blijf je nog bijleren over minimaliseren, welke tips zou je gevorderden kunnen meegeven?I

Ik denk dat ik mijn evenwicht gevonden heb als het op minimaliseren aankomt. Ik koop nog nieuwe dingen maar alleen als ik het echt wil, echt nodig heb en echt ga gebruiken. Soms doe ik nog een miskoop maar ik kan dat gelukkig steeds beter inschatten. Wat minimaliseren in de andere aspecten van mijn leven betreft gaat het met ups & downs. 
Een leuke tip voor gevorderden vind ik de packing party. Dan steek je alles in een doos en haal je er uit wat je gebruikt. Wat na een bepaalde tijd (voor de keuken bijvoorbeeld een maand) nog in de doos zit, doe je weg. 

Welke item heb je ooit geminimaliseerd en je achteraf beklaagd?

Ik kan me niets herinneren. Ook al is dat vaak het excuus dat mensen gebruiken om vanalles bij te houden 🙂

Welke item kan iedereen minimaliseren?  

Zo’n ding dat appels in stukken snijdt.

Merci voor je medewerking Heidi! Hopelijk kunnen we ooit nog eens samen van die flantaart proeven!

Volg Heidi op haar blog en op instagram voor meer inspiratie!