Brantano-gekte

Het heeft enkele jaren geduurd eer ik die “drang naar meer” kwijt was. Het is pas sinds eind 2019 dat het is beginnen opvallen dat ik echt veranderd ben in mijn kijk op materiaal en de levenswijze die daarbij hoorde. Zo hoorde ik zaterdag verhalen van mensen die twee uur en half aanschoven aan de kassa van Brantano het voorbije weekend om toch maar iets in de uitverkoop te scoren. Drie uren van je dag kwijt, een berg kleren en schoenen rijker. Maar wat doe je dan met al dat gerief? Heb je daar überhaupt plaats voor? Ik kan er van genieten om door een winkel te lopen en een zwierige jurk te passen. Maar waar ik vroeger elk kleedje dat me enigszins paste ging kopen “omdat het in solden was” maak ik nu veelal de afweging “Zou ik hiervoor de volle prijs betalen?” is dit mijn geld wel waard als ik niet van plan was dit te kopen voor het volle bedrag? Veelal zijn impulsaankopen de dingen waar ik later minder respect voor heb. “Ik heb maar 10 euro betaald voor dit T-shirtje, maakt niet uit of er een gaatje in zit of niet.” In het verleden heb ik zelfs kledij met het prijskaartje eraan nog gedoneerd. Ik heb mezelf meerdere keren tot Soldenqueen gedoopt en ik ben er nog altijd heel gevoelig voor. Zoals ik eerder schreef: “Rode stickers trekken nog altijd mijn aandacht en dat zullen ze ook altijd blijven doen. #recoveringhoarder” Uiteraard is het geweldig om iets te kopen in solden….als je het nodig hebt. Als er een gat in de schoen van één van mijn zonen zit vervang ik die ook liever door een schoen in solden, maar ervaring leert me dat in vele gevallen een solden-aankoop een onnodige aankoop is.

Kopen jullie veel in solden? Hou je evenveel van deze aankopen?

The time is now

“Ik zou dat ook willen maar ik moet eerst tijd hebben”. “Ik kan niet want ik wil het goed doen en dat lukt momenteel niet.” “Dat zal niet gaan zolang ik mijn leven niet op orde heb.” “Daar heb ik nu geen ruimte voor in mijn planning”. Dit zijn maar een paar van de uitspraken die ik hoor als mensen me horen vertellen over mijn minimalismemanie. Maar ervaring leert dat je echt niet veel tijd nodig hebt om te minimaliseren. Op een dag ben ik gewoon begonnen. Je hebt er geen fancy materiaal voor nodig -integendeel- je probeert materiaal kwijt te geraken. “Just do it” roept Nike en ze hebben overschot van gelijk. James Clear spreekt in zijn boek “Atomic Habits” over de 1%-rule. Als je iets elke dag 1% beter doet dan de vorige dag dan ga je traag maar zeker vooruit. Het is niet nodig om elke dag tonnen materiaal uit je huis te slepen, maar als je elke dag iets kleins aanpakt zal dit op lange termijn echt een effect tonen. Persoonlijk vind ik het zelfs beter om minimaliseren en declutteren traag aan te pakken. Zo bewaar ik het overzicht en kan ik beter inspelen op wat als volgt moet aangepakt worden.

The time is now, dat geldt niet alleen voor minimaliseren maar bij elk project waarbij je een verandering wil teweeg brengen. Gewoon beginnen, bekijken vanop afstand wat je reeds deed en evalueren, eventueel bijsturen en dan weer verder doen als je tevreden bent met het bekomen resultaat.

en nu zit ik de rest van de avond met Moloko in mijn hoofd!

Voor het geval dat…

Ook al ben ik een notoire introvert, toch hou ik er van tijd tot tijd wel eens van om een klein feestje te organiseren. Hoewel een feestje momenteel als een exotisch evenement klinkt, iets wat je alleen nog in filmpjes ziet, hou ik vast aan de gedachte dat we dat ooit wel nog eens gaan mogen opnieuw organiseren. Ik ben een grote fanaat van een concept waarbij je zo weinig mogelijk moeite doet om iets op poten te zetten en tegelijk voldoende ruimte en tijd hebt om met iedereen een praatje te slaan. Zo hadden we de laatste jaren reeds een aantal shitty dinners, een pizzaparty en een Friday Night Mac ’n Cheese. Vijftien eters is geen uitzondering op zo’n feestje al is het wel het maximum. Logistiek vraagt het niet zoveel, als iedereen een stoel heeft, een bord en een mes en vork zijn we al goed op weg. Er wordt meestal cava gedronken, pintjes uit de fles of duveltjes. Als aperitief mindert de fles Gin wel eens of serveer ik wel eens een andere versie die ik leerde kennen: Martini Tonic. Toch puilt mijn glazenkast uit en bezit ik drie soorten servies.

In mijn servieskast waren 6 wijnglazen te vinden. Dit is niet de kast waar ik mijn dagelijkse glazen bewaar, die heb ik recent verzet. Er stonden nog eens 6 dezelfde wijnglazen in mijn “achterkot”. Er huizenierden 6 cavaglazen en ik vond nog eens 5 champagneglazen in een doos gestockeerd. Van zowat elk biertje dat we hier ooit gedronken hebben staat er een glas in mijn kast. Ik vond 4 glazen van Trappist West-Vleteren, iets wat ik jaren geleden kocht op vraag van iemand en nooit heb gegeven. Uit ervaring weet ik dat hier nooit tegelijk 12 glazen wijn gevuld worden. Ik hield er 8. Ook van de cavaglazen deed ik er 5 weg. Ik doorliep de rest van mijn servieskast en maakte telkens de afweging: “Ga ik ooit voor zoveel mensen tegelijkertijd ditzelfde nodig hebben?”. Als het antwoord “neen” of “misschien” was dan ging het eruit. Ik besefte dat ik veel van die dingen hield “voor het geval dat…” maar weet je, al dat materiaal neemt enorm veel plaats in. Zo stonden er ook 10 slakommen. In allerlei vormen en maten. Soms maak ik wel eens grote porties tiramisu op vraag. Die lekkernij past daar netjes in. Tijdens zomerbarbecues gaan de groentjes en slaatjes ook in die potten. Ik had het moeilijk om hierin te beslissen, dus deed ik weg wat ik zeker niet meer ga gebruiken en legde een briefje met een datum in de kommen. Als ik ze niet gebruikt heb voor die datum gaan ze er ook uit!

Die items “voor het geval dat…” slorpen veel energie en ruimte. Ik vond een setje dreupelglazen dat we ontdekten in ons huis toen we het kochten. Ze zien er nog treffelijk uit maar….wij drinken geen dreupels. Dat is een traditie van onze grootouders (of van die mensen die hier woonden voor ons). Ze stonden dan ook al 6 jaar onaangeroerd in onze keukenkast en gaan er dus uit.

De keukenkast kuiste ik uit en vulde ik opnieuw met de items die ik ècht gebruik (met de slakommen on hold weliswaar). De rest breng ik deze week naar de kringwinkel.

Is dit een minimalistische kast? Neen, maar alles wat erin staat gebruik ik. Hopelijk binnenkort weer op één van onze eenvoudige feestjes. Wie komt?

Eat well for less

Kim is de schuldige voor mijn nieuwe tv-show-crush. Toen ze in haar instastories iets postte over “Eat Well For Less” was ik meteen getriggerd. Britse gezinnen nemen hun kook- en shopgedrag onder de loep in de hoop wat te kunnen besparen op het einde van de rekening. Twee gewiekste presentatoren -een kok en een groenteboer – begeleiden hen bij dit proces. Gedurende enkele weken worden hun vaste producten al dan niet vervangen door alternatieven met witte etiketten, het is aan het gezin om in te schatten welke producten ze willen behouden in hun volgende winkelkar en welke ze vervangen. Ondertussen onderzoekt het team van Eat Well For Less de inhoud van sommige producten door smaaktesten af te nemen en gezonde, goedkopere alternatieven voor te stellen.

De deelnemers aan het programma doorgaan allemaal hetzelfde patroon: ze vertrekken naar de winkel zonder boodschappenlijstje of als ze er al één maken wordt dit along the way compleet genegeerd.

Ze hebben veelal geen mealplan en improviseren ter plekke wat ze gaan eten. Als ze iets vergeten gaan ze de volgende dag terug naar de winkel en kopen weer een volle winkelkar. Hun voorraadkasten puilen uit en my god wat daar allemaal wordt weggegooid aan voeding die over datum is. Mijn hart breekt bij elke vuilbakshot.

Uiteraard worden de extremen in zo’n show wat opgedreven maar de kern van het verhaal is wel heel waardevol: make a plan and stick to it! Toch slagen veel mensen er niet in om een simpel boodschappenlijstje op te maken. Ik krijg ook nog altijd veel meewarige blikken als ik over mijn weekmenu spreek. “Een weekmenu? Amaai zeg, gie soaie doze!” Ik ga gemiddeld twee keer per week naar de winkel. De ene keer voor de boodschappen voor het weekmenu en eventuele nodige aanvullingen van algemene zaken, een tweede keer voor vers broodbeleg en enkele noodzakelijkheden die niet kunnen wachten tot de wekelijkse boodschappen. Ik heb een kleine voorraadkast (met soms teveel ananas) en in de garage staat wat van onze favoriete frisdrank – melk – toiletpapier en consoorten.

Niet alleen planning wordt aangeprezen in deze show, er wordt ook benadrukt om je koopgedrag te analyseren. Tijdens het shoppingmoment van de deelnemers werden ze heel vaak verleid door “buy one, get one free” en andere solden artikelen in de winkel. Dat jaagde hun rekening aanzienlijk de hoogte in, ook al hadden ze zelf het idee dat ze “een batje deden”. Als je iets niet nodig hebt is iets in solden aanschaffen nog altijd duurder dan het helemaal niet te kopen.

Koop ik dan nooit iets dat in aanbieding staat? Jawel hoor, nogmaals ik ben hier niet om met de vinger te wijzen. Ik heb al een lange weg afgelegd waarin ik bulkpakken wasmiddelen kocht, zoveel dat ik het stof eraf moest wrijven als ik ooit een nieuwe fles nodig had. Nu koop ik er als ik er nodig heb en weet je, er is àltijd ergens een promo te vinden waardoor ik op dat moment ook een centje bespaar. Rode stickers trekken nog altijd mijn aandacht en dat zullen ze ook altijd blijven doen. #recoveringhoarder

“Eat well for less” bevat zoveel van de ideeën die ik reeds installeerde en blijf evalueren voor mezelf. Ik kende het niet omdat ik geen televisie-abonnement meer heb maar ik stream de show vlotjes via VTMgo. Kim waarschuwde me al en ze had overschot van gelijk: dit programma is verslavend!

Inbox zero

Enkele weken geleden heb ik al mijn e-mails gewist uit mijn gmail-account. Ik bewaar enkele belangrijke zaken in een vijftal mappen en de overige 14 000 mails (ik zever niet) heb ik gewist. Ik heb dit e-mailadres al sinds het jaar 2004 en ik wiste tot voor kort nooit mails. Mijn inbox was mijn persoonlijke opslagplaats van alle informatie die ik ooit nodig had, van de reservatie in een restaurant in het jaar 2011 tot een heen-en-weer-gesprek met vrienden over het menu voor oudejaarsavond 2007. Alles kon ik erin terug vinden. Tot Google ineens aangaf dat mijn opslagruimte vol zat. Nu maak ik er een sport van om Inbox Zero aan te houden. Maar die duivelse reclamemails zijn onverbiddelijk. Het is een fulltime job om die inbox netjes te houden en ik doe niets anders dan swipen naar links om mails te verwijderen. Nu ben ik gestart met me uitschrijven voor nieuwsbrieven van webshops. Het is soms zoeken welk knoppen ik nu juist moet indrukken om me effectief uit te schrijven, want als je niet goed kijkt schrijf je je in voor nog meer nieuwsbrieven! Soms moet ik een vijftal schermen doorlopen om er uit te geraken terwijl je inschrijven met één klik voldoende is. Maar het is het waard, want het biedt wel rust zo’n propere inbox

Ook brievenpost probeer ik zo snel mogelijk te sorteren wat weg mag en wat moet geklasseerd of betaald worden. De antireclame-sticker op de brievenbus doet goed zijn werk dus over folders hoef ik niet meer te beslissen, die komen het huis niet meer in. De post meteen doornemen zorgt ervoor dat er zich geen stapels krantjes of blaadjes meer opstapelen op de trap zoals vroeger. Ervaring leert me dat tijdschriftjes “die ik misschien nog ga lezen” meestal toch ongelezen op de papierhoop belanden, dus als ik die niet meteen doorneem vliegen die ook in de papierbak. Het vraagt wat energie op het moment zelf maar het is een ideale hack om papierhoopjes te voorkomen!

Heb jij dan niets in je huis staan?

“Heb jij dan zo’n huis met niets in?” Het zou een vraag kunnen zijn voor een beginnende minimalist. Neen! Absoluut niet! Ik heb nog altijd gigantisch veel items! Er slingert hier dagelijks heel veel rommel rond en als je een kast opentrekt is deze niet persé superstrak op orde. Het gaat hem niet alleen om “een bijna leeg huis” of “overleven met slechts 50 items” zoals je op sommige YouTubekanalen kan volgen. Ik vind deze filmpjes wel interessant en ze inspireren me regelmatig om verder te declutteren maar extreem vind ik nooit OK. Net die mindset van “Je mag maar zoveel items hebben” of “Je mag niets dubbel hebben” vind ik te beperkend en strookt niet met de boodschap waar ik zelf achter sta. Doe wat je wil, vul je leven in zoals jij dat wil. Wil jij graag veel gerief en hebbedingen, be my guest! Daar lig ik totaal niet van wakker, zolang jij er niet wakker van ligt. Whatever makes you happy! Zelf probeer ik zoveel mogelijk onnodig gerief te weren en daar ben ik dagelijks mee bezig. Soms in grote getale, soms in kleine stapjes. Zo hebben we deze week besloten om de tafel in de leefruimte uit elkaar te halen en opzij te zetten tot we hem echt nodig hebben. De eettafel wordt gebruikt als er mensen komen eten. Voor de rest dient hij als dumpplaats voor alles wat we kwijt moeten. Papieren, half afgewerkte tekeningen en puzzels, klein speelgoed, boeken. We kregen de tafel van dierbare vrienden en hij kwam reeds goed van pas aangezien er 12 personen aan kunnen plaatsnemen als we hem volledig uitschuiven. Maar we gebruiken hem onvoldoende om hem constant te laten staan, dus plaatsten we hem aan de kant. Nu we de ruimte hebben vrijgemaakt is er voor de kinderen meer plaats om te spelen want dat doen ze nog altijd het liefste op de vloer. Ik droom ook al een tijdje van een eigen leeshoekje met een oorfauteuil en een voetenbankje, dit wordt dan ook het volgende spaarprojectje. En als die dierbare vrienden ooit weer mogen komen eten halen we met veel liefde onze grote tafel boven om hem feestelijk aan te kleden. Ik kijk er al keihard naar uit!

So far so good.

Het moeilijkste onderdeel van declutteren is ontegensprekelijk: memorabilia. Ik had dozen vol wenskaartjes, aandenkens van uitstapjes en enorm veel oude foto’s. Van de foto’s bewaarde ik de mooiste. Aan de data op de concerttickets kun je zien dat ik best lang aan materiaal kan vasthouden.

Deze items brengen je niets nuttig meer bij in het leven, maar toch kan moeilijk zijn om ze te minimaliseren doordat ze ons herinneren aan wie we waren. Toen ik kinderloos was ging ik veel naar optredens. Als tieners bezochten we jaarlijks verschillende festivals. Als kind gingen we op reis naar Spanje. We stapelen de aandenkens op in stevige dozen op zolder en om de zoveel jaar grasduinen we in de herinneringen die ze oproepen. Maar wat ben je met vijf concerttickets in een doos op zolder? Ook zonder het entreeticketje van 12 jaar oud kan ik me het concert van Leonard Cohen in Brugge nog levendig voor de geest halen. Zo vond ik laatst wat oude cassettes terug. Deze werden non-stop afgespeeld in mijn vaders’ donkerblauwe Toyota op onze reizen naar Spanje. Ik moet er geen tekeningetje bij maken: tien uren hetzelfde cassetje, dat kruipt in je herinneringen. Een cassettespeler heb ik niet meer en geef toe, de kwaliteit van een cassette is nu ook niet bepaald om over naar huis te schrijven. Dus Bryan Adams, Tour of Duty en The Radios verlieten het huis. Maar niet alvorens ik een nieuwe Spotify-lijst aanmaakte met die nummers. Zo blijven de herinneringen levendig en de kasten leeg!

Je mag me veroordelen voor mijn muzieksmaak in de jaren 90. Bryan for the win!

Meer dan alleen “alles buiten!”

Minimalisme zie ik niet alleen in het kader van “minder materiaal bezitten”. Gerief wegwerken is er een onderdeel van maar het onderwerp is voor mij veel ruimer dan dat. Het is in mijn geval een levensstijl waarbij alle overtollige ballast overboord wordt gegooid. Een way of life waarbij ik veel meer de balans opmaak en nadenk alvorens nieuw gewicht wordt toegevoegd. Uiteraard is dit een langdurig proces en ik ben dan ook nog maar pas gestart. Toch voel ik al na enkele maanden een wezenlijk verschil in de manier waarop ik naar bepaalde dingen kijk. Ik ben nu aan het leren hoe ik hiermee moet omgaan. Hoe ik die nieuwe inzichten beetje bij beetje kan omzetten in de praktijk. The Minsgame spelen, van tijd tot tijd digitaal minimaliseren of expliciet vragen om geen geschenken mee te brengen bij dinnerparty’s zijn hier allemaal voorbeelden van. Over het algemeen probeer ik mezelf ook heel regelmatig de vraag te stellen: “Heb ik dit nodig?” en dat kan op de verschillende aspecten van het leven slaan. Het uit zich voornamelijk in het niet meer klakkeloos “ja” zeggen op iets. Het is een microbe waar je – eens ze je te pakken krijgt – moeilijk vanaf geraakt.

Brolschuif

In ieder huis waar ik woonde en ook in dit huis heb ik er één: een brolschuif. Klinkt herkenbaar? Kabels, batterijen, zaklampen. Allemaal daar te vinden. Veelal is het de bovenste schuif in een kast binnen handbereik. In mijn geval in een kastje dat binnenkort verdwijnt uit ons huis. Het kastje kocht ik in Ikea toen ik in 2005 alleen ging wonen, mijn vriendin Maaike verloor er zelfs het bewustzijn bij toen we het in elkaar trachtten te vijzen (maar dat is een ander verhaal…). Het deed 15 jaar goed dienst maar telkens waren de schuifjes gevuld met brol. Marie Kondo zou prediken: “Geef alles een huis”. Wel, die schuif was het huis van onderstaande zaken:

Zoals ik al zei: zaklampen, multimediatoestellen die ik niet meer gebruik, iPods, oortjes en allerlei oplaadtoestanden. Kabels waarvan ik niet weet waarvoor ze dienen.

Het is niet moeilijk: wat ik niet kan definiëren vliegt onherroepelijk de vuilbak in. Dat is een no-brainer. Andere zaken worden eerst getest. De fake Apple-lader die ik ooit online bestelde bleek totaal niet te werken en vloog de vuilbak in. Twee van de drie zaklampen waren plat. In één van die twee waren de batterijen uitgelopen: weg ermee! Voor de andere bestel ik nieuwe batterijen, we vallen hier regelmatig wel eens zonder elektriciteit, één van de twee zaklampen ga ik bij de elektriciteitskast bewaren, dat lijkt me logischer dan ergens in een schuif.

De sportbandjes vlogen weg: al meer dan een jaar niet gebruikt betekent ook onherroepelijk weg.

De schuif ziet er momenteel nog zo uit:

Straks eens aan mijn echtgenoot vragen of hij van plan is om de fietscomputer nog te gebruiken. Veel van de toestelletjes in de brolschuif werden vervangen door apps op onze smartphone. Omdat mijn jongste zoon nog geen smartphone met Spotify heeft kan hij nog even gebruik maken van de oude iPod maar daarna gaat deze onherroepelijk naar het recyclagepark!

(en ondertussen probeert mijn jongste zoon uit te vogelen hoe die oude Nokia werkt, swipen is dus geen optie)

maar het is nog niet perfect dus ik ben niet tevreden!

Ik hoorde een deelneemster tijdens een workshop handlettering bovenstaande titelzin verzuchten. Ik heb even gedacht om deze nieuwe blog wat bij te werken hier en daar tot hij proper staat. “Het ziet er niet uit” “Pfft, gelijkt nog aan niks”. En inderdaad, de site is verre van klaar, ik heb nog serieus wat prutswerk. Toch heb ik hem reeds gelanceerd. Ik blog ondertussen al een tiental jaar op mijn andere website. Deze had verschillende thema’s, headers en kleurenpaletten doorheen de jaren. Om de zoveel tijd doe ik een schoonmaakbeurt waarbij ik een nieuwe header maak of het lettertype aanpas. Ik vermoed dat deze Minimaliese ook wel nog enkele make-overs zal krijgen en in tussentijd kribbel ik alvast mijn gedachten neer, want daar gaat het in principe over. De inhoud staat centraal. Ik zette met opzet in de titel de quote van de dame die naast ons zat in de handletteringworkshop omdat ik zoiets als een valkuil aanzie. Beter iets lanceren dat niet perfect is dan helemaal niets maken denk ik. Al prutsend leert men. En al prutsend zal deze site zich ontwikkelen.