Clean floor, clean thoughts

Ik heb geen poetshulp.

Correctie, ik heb geen poetshulp meer. Ik heb lange tijd tweewekelijks iemand gehad die 4 uren kwam poetsen. Maar op een gegeven moment zijn er nogal veel wissels gebeurd in de poetshulpen waardoor ik vooral heel vaak bezig was met uitleggen wat belangrijk was, waar mijn gerief te vinden was en wat mijn verwachtingen waren. Het was ook niet zo evident omdat we met een wisselend uurrooster zaten en ik dus soms thuis was en soms ook niet. Ik vond het helemaal niet gezellig om thuis te zijn als de poetshulp er was. Ook al moest ik dan soms nog 8 uren gaan werken na de middag en in de avond, het voelde alsof ik het eigenlijk zelf kon doen. Op een gegeven moment begon ik echt te twijfelen of ik het nog een meerwaarde vond. Tegelijkertijd kondigde ook die poetsdame aan dat ze ging veranderen van bureau en heb ik toen beslist om niemand nieuws meer te laten opstarten.

Maar eerlijk: ik haat het. Niet het poetsen zelf. Dat haat ik niet. Ik haat de gedachte aan poetsen. Ik haat het als ik zie dat het vuil is en ik misschien wel eens weer zou moeten poetsen. Ik vind het vreselijk om mijn tijd eraan te besteden.

En tegelijkertijd…is het eigenlijk best ontspannend. Sinds ik mijn huis geminimaliseerd heb is er ook heel wat minder poetswerk, er staat veel minder in waardoor het veel sneller gaat. Ik luister naar een podcast of naar muziek terwijl ik het doe. Ik zou zelfs durven zeggen dat het mijn hoofd vrijer maakt. Als we met twee zijn gaat het ook enorm vlot en tijdens vakanties helpen de jongens met stof wegnemen.

Deze avond kreeg ik nog een wilde energie-opstoot en besloot ik om 19u om nog te dweilen. Het begon met een vol hoofd en samen met het vuile sopje stroomden mijn gedachten weg. Het gevoel van die natte dweil die over de tegels gaat en niets anders kunnen doen dan dat, het werkte zelfs stressverlagend. Ik word ook altijd blij als ik de vloer zie drogen onder mijn ogen door de frisse lucht die binnenwaait. Op koude winterdagen zie je zelfs damp opstijgen van de vloertegels. Het klinkt zowaar romantisch zeg!

En toch…ik weet nu al dat ik de volgende keer weer zal balen als het vuil is….maar dat ik achteraf wel weer content ga zijn dat het proper is.

(Af)wasjes

Als ik naar huis terugkeer heb ik na elke reis minstens een halve valies propere kledij terug mee. Mijn reisvaliezen zijn dus allesbehalve minimalistisch gevuld. Misschien zou het anders zijn moest ik mijn kleren op mijn rug moeten rondslepen maar dat is nooit het geval, ik huur altijd een vakantiehuisje op reis. Ook voor de kinderen heb ik veel te veel verse kleren mee, ik trek het dus door dus naar mijn kroost. Zij zouden het niet erg vinden om een week dezelfde kleren te dragen, ze zijn daar totaal niet mee bezig. Als ik ze op kamp stuur geef ik ze ook altijd veel te veel kleren mee. Soms zien we na vier dagen foto’s passeren en zien we onze zoon met dezelfde kledij als bij het vertrek rondvendelen. Ze smijten tijdens zo’n kamp ook altijd hun vuile kledij tussen hun propere waardoor ik achteraf de volledige valies mag wassen.

Ik begrijp ook niet goed vanwaar dat komt, dat trekje om veel te veel kleren mee te slepen. Ik ben toch niet de enige die dat doet? Waarom heb ik schrik dat ik iets tekort zal komen? Zou het zo erg zijn om eens iets langer te moeten dragen? En als je iets tekort komt kun je het toch altijd aankopen? Zoals mijn riem die ik thuis vergat, in feite iets wat ik echt nodig heb omdat mijn broeken quasi altijd afzakken, niet zo handig bij bergwandelingen. Ik kon er één vinden in een sportwinkel en nu loop ik dus rond met een alpinistenriem….werkt perfect.

Misschien wil ik gewoon niet teveel nadenken over “of ik wel genoeg ga meehebben”. Op reis heb ik graag comfort en zo weinig mogelijk aan mijn hoofd. Ik hoef geen huis met een zwembad of een fancy moderne look. Ik wil gewoon dat de basis aanwezig is, dat ik een goed bed heb en dat ik van de zon kan genieten. Soms is er een vaatwasser, soms ook niet. Dit jaar is de keuken heel basic en wassen we elke dag af. Vreemd genoeg vind ik dat ontspannend op reis. De kinderen kunnen dat ook perfect samen doen. Eerst blad-steen-schaar voor wie mag afwassen, de verliezer moet de handdoek opnemen. Sowieso vind ik het zelf nooit een gedoe, terwijl ik thuis de hele vaatwasser zou voltetrissen om maar niet te moeten afwassen.

Het heeft vooral te maken met tijd en ruimte denk ik. Op reis zijn er sowieso weinig tot geen moetjes waardoor er tijd is om eens rustig af te wassen, het neemt geen ruimte af van andere zaken. En het zou heel gemakkelijk zijn om te scanderen: “Ik ga thuis ook weer meer afwassen, want dat is eigenlijk niet lastig.” Maar ik ben zeker dat het na enkele keren weer een taakje zou worden op de to-do-lijst en ik er binnen de kortste keren een hekel aan heb.

Dus neen, mijn vaatwasser ga ik niet minimaliseren.

Soep met babbeltjes.

“Maar Linus toch!”, mijn oudste zoon roept luidop naar mijn jongste terwijl een soepkommetje net de grond raakt en in duizend stukken vliegt. Beide jongens schrikken en blijven stokstijf staan. Ik schrik meer van mijn zoon dan van de breuk, vooral omdat beide karwaten in hun blote voeten tussen de scherven staan. Ik wil graag dat ze me helpen in het huishouden, dat er dan brokken gemaakt worden, dat moet ik erbij nemen.

“Het was je lievelingskommetje hé” zei mijn jongste nadat ik de scherven had samengeraapt. “Ja, maar dat is niet erg”. Het kommetje had ik na het overlijden van mijn grootmoeder uit haar keuken meegenomen. Een herinnering aan de vele soepmomentjes samen.

“Maar waarom eet je daar dan uit?” zou je kunnen zeggen. “Waarom bewaar je het niet?”. Waarom zou ik dat doen? Om ervoor te zorgen dat het nooit breekt misschien? Dat kan ik inderdaad doen, maar alle keren dat ik er de laatste 5 jaar uit gegeten heb heb ik eventjes aan haar gedacht. Ik heb er nu veel meer genot van gehad dan dat ik het ergens in een kast zou stockeren.

En ja, samen met het kommetje is een stukje van mijn hart een klein beetje gebroken maar dat is het leven. Een herinnering is meer dan een soepkommetje.

Ten minutes / Ten things

De podcast van The Minimalists bestaat al zo lang, ik heb er al enorm veel afleveringen van beluisterd. Vandaag zag ik op hun Instagram een reel waarin ze het hadden over “Ten minutes, ten things”. Ze bieden een oefening aan om stil te staan bij hoe je kijkt naar materiaal en belevingen. De oefening is heel simpel:

Neem een blad papier en trek een lijn in het midden. Schrijf links de grootste aankopen van de laatste tien jaar en schrijf rechts de meest memorabele ervaringen van de laatste tien jaar.

“Chances are: nothing overlaps”.

Ik schreef links: ons huis, onze wagen, onze New York-trip, een nieuwe zetel, laptop…. allerhande duurzaamheidsinvesteringen in onze woning: zonnepanelen, isolatie, kachel,…

Ik schreef rechts: een à-la-minute-trip naar zee, het groeifeest van mijn twee zonen, uitstapjes met de kinderen waarbij iedereen ontspannen was, de reis naar New York met ons twee, goeie gesprekken, shitty dinners en losse bijeenkomsten.

Eén overlap.

Het is confronterend om te zien en tegelijkertijd wéét ik het. Maar in die grote investeringen die we gedaan hebben zit er niets waarvan ik denk: dat was onnodig. We hebben die zaken bewust aangekocht om ons leven te verbeteren. Het zijn investeringen in de toekomst en geen luxe-aankopen waarvan je zou kunnen zeggen “zonder gaat ook”.

In principe koop ik nooit meer iets waarvan ik denk: waarom heb ik daar eigenlijk zoveel geld aan gespendeerd? Aan de andere kant zou ik mezelf ook echt zaken gaan ontzeggen want laatst scheurde mijn broek letterlijk rond mijn billen. Zoals altijd is de moeilijkste opdracht: het zoeken naar een goeie balans….

….en hopen dat je broek niet verder scheurt als je niet direct een andere kan aandoen zoals in mijn geval.

The lightning bolt?

Zoals ik in de vorige blogpost reeds schreef: het is pas sinds enkele maanden dat ik mezelf echt een minimalist durf te noemen. Er wordt wel eens over gegrapt onder vrienden: “Breng een stoel mee als je bij Liese iets gaat drinken” of er wordt gereageerd dat ik niet tè minimalistisch moet zijn als ik per ongeluk iets weggooi dat moest bewaard worden.

Er is niet bepaald een lijn overschreden, er is geen specifiek moment geweest waarop de grote klik is gekomen. “The lightning bolt” zoals Gretchen Rubin het soms omschrijft in haar blogs over gewoonteverandering, dat is uitgebleven. Ik geloof eerder dat het een langdurig proces was met een mindset reset als resultaat.

Tijd om Minimaliese op te doeken dan? Ik denk het niet. Want vinger aan de pols houden is in mijn geval de beste manier om iets door te zetten.

Mijn koopdrang omkeren ging niet voor niets. Er zijn namelijk tijden geweest dat shoppen het ultieme verdovingsgedrag was, als ik solden kon doen was mijn weekend goed. Maar materiaal kopen geeft me geen langdurige voldoening. Veelal voel ik me beter als ik me niet heb laten meeslepen door een aankoop.

Voor mij gaat die minimaliese-periode van het ervaren van “less is more” hand in hand met de keuze om in te zetten op betere relaties. Dus die dingen zijn voor mij onlosmakelijk met elkaar verbonden, hoe vreemd het misschien ook klinkt. Het voelt alsof er ruimte in mijn leven is vrijgekomen om hier meer aandacht aan te besteden. Ik twijfel gewoon minder: als het niets bijbrengt in mijn leven dan hoef ik het niet. Zo gaat dat niet alleen bij het beslissen over materiaal kopen (of krijgen), maar ik trek het ook door naar mijn relaties.

Ik heb door de laatste jaren ervaren dat connectie met anderen mij veel meer bijbrengt dan impulsshoppen. Als introverte eenzaat is verbinding vinden heel lang moeilijk geweest en het blijft een dingetje bij mij. Ik ben nog altijd een luisteraar die te weinig van zichzelf deelt met een gesprekspartner en ik blijk niet zo talig te zijn als het gaat om het verwoorden van mijn gedachten en gevoelens. Het gaat gelukkig veel beter als ik het via een klavier mag doen maar ik heb soms wat tijd nodig om in een gesprek te rollen en dat kan alleen als ik daar effectief ruimte voor maak. Maar eens ik daar ben en iemand zich durft open te stellen bij mij, dat vind ik duizend keer meer rewarding.

Wanneer is genoeg genoeg?

Met de stijgende levenskosten momenteel is het pijnlijk duidelijk dat er moet gedownsized worden. Ik merk soms dat nog niet iedereen goed beseft welke dure tijden ons te wachten staan. Door mijn uitgaven minutieus bij te houden in YNAB ben ik misschien een gierige pin maar ik zie ook letterlijk waar de kosten stijgen en dat geld moet van een ander budget komen. Momenteel denk ik na over hoe ik mijn vervoer kan beperken en probeer ik mijn uitjes portemonnee-vriendelijker te maken.

Het is pas recent dat ik mezelf echt een minimalist durf te noemen. De mentale reset die ik gedurende de voorbije twee jaar heb gemaakt lijkt ingesleten in mijn handelingen. Het nadenken over aankopen is er één die ik mezelf echt eigen heb gemaakt. Ik ben ook gewoon content met wat ik heb en niet meer “op zoek naar nieuwigheden, gewoon omdat het leuk is”. Social media proberen je constant te overtuigen dat je dingen nodig hebt. Zo zoek ik wèl een nieuw kleedje voor het groeifeest van mijn zoon binnenkort en sinds ik op Instagram op enkele accounts heb geklikt word ik bestookt met allerlei zomerjurkjes. Ze duwen ze zo danig in mijn strot dat ik er bijna een degout van krijg. De kracht van dat medium is niet te onderschatten. Je moet eigenlijk echt heel bewust gaan zeggen: “Ik heb dat niet nodig” als je wil vermijden dat je omhoog swipet naar “shop nu”.

Ik heb echter ook wel het voordeel dat ik geen verzameling heb van iets. Het moet moeilijk zijn op die manier om te filteren wat je wel en niet wil kopen. Want als je iets verzamelt, wanneer heb je er dan eigenlijk ooit genoeg van? Word je dan op Instagram ook bestookt met allerlei voorstellen om je collectie uit te breiden? En hoeveel ben je bereid om te spenderen aan dat ene stuk dat je verzameling compleet maakt?

Ben jij een verzamelaar? En hoe bepaal je of je iets wel of niet toevoegt aan je collectie?

Vinted

Wat mij typeert is dat ik altijd zo een kwartier achter kom als het over online gedoe en apps gaat. Het bereikt me ooit wel, maar meestal als er al iets meer over geweten is of als ik anderen er positief over hoor babbelen. Kortom: ik laat een ander het eerst uitzoeken en spring pas later op de kar.

Laatst waren twee vriendinnen van me aan het praten over hoe ze hun kledij verkopen via Vinted en ik werd nieuwsgierig door hun positieve ervaringen.

Ik had al een tijdje een paar schoenen staan die ik nauwelijks gedragen had, weinig tot geen gebruikssporen. Hoewel ik ze graag zag had ik weinig kleren die ik erbij kon dragen dus ik besloot het eens te proberen.

Via de website van Vinted kon ik heel snel foto’s uploaden en een profiel aanmaken. De terms and conditions zijn heel duidelijk:

  • Als jij verkoopt betaalt de koper de verzendingskosten.
  • Het bedrag van de koop wordt op een tussenrekening gestort bij Vinted en wordt in je online portemonnee uitbetaald als de koper zijn goederen ontvangen heeft.
  • Je kunt de online portemonnee gebruiken om nieuwe zaken aan te kopen via Vinted of je kunt het bedragen laten uitkeren op je rekening. (Als minimalist ga ik dat uiteraard laten uitkeren 😉 )
  • Als je iets verkoopt verbind je jezelf om het binnen de 5 dagen op te sturen. Na het versturen geef je het trackingnummer in op de app.
  • Bij mijn eerste verkoop heb ik het verzendlabel zelf betaald maar wordt 5,70 euro doorgerekend aan de koper. De tweede keer kreeg ik een mail waarin ik het verzendlabel moest downloaden, de koper had dit aangekocht en ik moest het enkel afprinten en op het pakket plakken.

Ik heb vroeger veel verkocht op tweedehandssites. Het lastigste hieraan is: wispelturige kopers en de opvolging van je verkoop. Soms moet er nog iets betaald worden bij afhaling en dat is ook ambetant (geen pasgeld of de koper probeert alsnog af te dingen).

Tips voor een goeie verzending van materiaal:

  • Via de website van Bpost kun je heel vlug verzend labels maken en printen. Dat bespaart veel postkantoortijd. (Onze postbediende slaat graag een praatje, hij is vriendelijk en heel vriendelijk, maar soms moet het gewoon vooruit gaan).
  • Ik verzamel hier en daar verschillende types (schoen)dozen of ik bewaar dozen van online aankopen, je zou verrast zijn hoe sommige dingen perfect in een doosje kunnen passen! (Dat geeft me altijd zo’n voldaan gevoel 🙂 )
  • Ik verpak altijd items in een doos die ik helemaal dichtplak, in principe zou ik het zo kunnen verzenden maar ik doe er nog eens kleurrijk inpakpapier rond, het ziet eruit als een cadeautje als je van mij een pakketje ontvangt.
  • Bij Smartphoto bestel ik regelmatig ingekaderde posters, die komen altijd toe in bubblewrap. Het is vervuilend voor het milieu maar ik hergebruik het als ik delicate items moet versturen. Indien ik geen meer in voorraad heb gebruik ik een oude badhanddoek.

Ik had deze keer weliswaar veel geluk. Nog geen 5 minuten nadat mijn eerste artikel online stond was het verkocht. Ik besloot ook mijn quarantaineschoenen eens online te zetten en deze waren binnen de dag verkocht!

Als vrijwilliger bij Gezinsbond organiseren we twee keer per jaar een tweedehandsbeurs voor kinderartikelen. Er wordt veel verkocht en het is een goeie manier om de kleerkasten van je kinderen op te ruimen. Sommige mensen gaan gefrustreerd naar huis, ze verkopen weinig tot niets terwijl ze heel kwaliteitsvolle kledij op hun tafel hebben. Dat ligt dikwijls aan één ding: te hoge prijzen. Ik ben van mening: beter te laag geprijsd dan weer mee naar huis om weer stof te vergaren. Zo ging het ook met de schoenen die ik online verkocht. Na de verkoop zag ik heel wat aanbiedingen voor dezelfde schoenen in de virtuele etalage, weliswaar 20, 40 tot 60 euro duurder, maar wel nog altijd te koop. Misschien had ik er meer voor kunnen krijgen, maar nu zijn ze tenminste weg.

Heb jij al verkocht via Vinted? Had je dezelfde ervaring of is het minder vlot gegaan?

En hoe is’t met je Minimaliesedinges daar?

“Ik wou dat ik dat ook kon hoor, zo alles minimaliseren”. Het klinkt soms alsof het een onmogelijke opdracht is om iets aan te pakken. In feite is het aanpakken van het gerief het minst moeilijke aspect van een rondje minimaliseren. Het zijn de beslissingen die je er telkens bij moet nemen die het meeste energie vragen. Wat ga je bewaren, wat doe je weg?

Ik ging vorige week mijn vriendin helpen in haar keuken. Ik was alleen thuis dat weekend met de kinderen en terwijl zij met elkaar speelden leegden wij elke kast en sorteerden we uit wat nog nodig was en wat niet. Het fijne aan zoiets doen met een vriendin: iedere keer als ze een excuus maakte om iets toch te bewaren kon ik met één opgetrokken wenkbrauw al duidelijk maken dat ze er toch nog eens moest over nadenken. Uiteindelijk vertrokken een 4-tal overvolle curverboxen uit de keuken en vulden we een halve PMD-zak.

Opmerkingen waar je bij het minimaliseren kritisch moet over nadenken als je jezelf ze hoort maken:

  • “Maar ik heb dat gekregen van oma toen ze haar huis leeg maakten”. Ik snap dat wel, het is niet gemakkelijk om gerief van een lieve oma te weigeren en “je kan altijd wel een extra pan gebruiken” maar als je eindigt met twee pureestampers die je schuiven blokkeren en er reeds 5 kurkentrekkers in de lade liggen als je nummer 6 erin deponeert is het toch van belang om die redenering eens in vraag te stellen.
  • “Maar misschien kunnen mijn kinderen dat later gebruiken als ze op kot gaan.” Onze kinderen zijn nu 10 jaar. Als ze binnen 8 jaar op kot gaan dan kijken we wel of we ergens een pureestamper kunnen vinden. Misschien heeft iemand er dan ook wel twee in zijn schuif liggen ergens. En eerlijk gezegd: toen ik op kot zat heb ik nooit puree gemaakt. Jij wel?
  • “Dat is voor als er volk komt”. Meestal zeg ik dan “Wanneer heb je dit voor het laatst gebruikt als er volk kwam”. Uiteraard moeten we dezer dagen nog eens veel dieper nadenken omdat we een jaar geen volk hebben ontvangen. Maar ik ga er van uit dat je geen 35 kleine potjes nodig heb om aperitiefhapjes in te presenteren. Zelf bezit ik er een 10-tal denk ik. Ik heb ook een 10-tal cornflakesbowls die ik voor vanalles gebruik, ik zet vooral in op multifunctioneel keukengerief. In het verleden heb ik nog feestjes gegeven voor 14 mensen, ik kwam nooit iets te kort.
  • “Deze kommetjes heb ik op reis gekocht, ik durf ze niet gebruiken omdat ze zo mooi zijn en ik er zo aan gehecht ben”. Jammer dat je mooie dingen in een keukenkast moet bewaren om er alleen maar nu en dan eens naar te kijken. Hoe fijn zou het zijn om je soep te kunnen drinken uit die kleurrijke kommetjes en de herinnering aan de reis te herbeleven tegelijkertijd? En als er ééntje breekt, dan is dat inderdaad spijtig, maar je zal er nog altijd meer plezier aan beleefd hebben dan als ze stof staan te vergaren in een kast bovenaan.
  • “Mijn potjesschuif is een ramp, die durf ik niet open te doen”. Potjes en dekseltjes, die vormen in veel gezinnen een uitdaging. Tupperware, bakjes uit de beenhouwerij, plastic doosjes in allerlei maten en vormen, drinkbekers en fruitdoosjes. Schifting 1: We haalden alles eruit en het eerste wat ik doe is alle dozen van een deksel voorzien en kijken of ze nog passen. Schifting 2: Ik kijk welk materiaal kwalitatief is en wat in feite al versleten is. Schifting 3: Welke doosjes gebruik je veel en welke eigenlijk nooit (Praktijkvraag: je maakt spaghettisaus: in welke doosjes ga je je saus invriezen?). Schifting 4: Ik stapel alles met deksel en al in de betrokken schuif. Dus het doosje met het deksel reeds erop. Er wordt niets in elkaar gestapeld. De overschot is de 5e schifting. Want hoeveel doosjes heb je in feite echt nodig? Mijn eigen kast zit er zo uit:

Er bevinden zich nog een tweetal grotere dozen in een andere schuif en uiteraard ook enkele in de diepvries. Het gaat niet alleen over hoeveel doosjes je in de kast wil, maar ook: hoeveel voorraad bewaar je in de diepvries en eet je die regelmatig op, want ook diepvrieseten heeft een houdbaarheidsdatum.

Dus de vraag in de titel: “Hoe is het met je minimaliesedinges?” Goed eigenlijk. Ik blijf het voor mezelf volhouden om te reflecteren over mijn gerief en daarbij gepaard mijn volledige levensstijl. De redenering “Heb ik dat wel nodig?” brengt me nog altijd veel bij in elk aspect van mijn leven, in die zin dat ik gemakkelijker kan elimineren wat ik onnodig vind. Tegelijkertijd vind ik het ook fijn om anderen daarbij te helpen, om zaken in een ander perspectief te plaatsen.

Rust in de brievenbus

Ze komen when you least expect it: van die vettige facturen. De gemeentebelasting, de autoverzekeringen of zoals vandaag bij mij: het kadastraal inkomen.

Vroeger ging dat altijd gepaard met een licht zenuwachtig gevoel in mijn maag. “De Vlaamse Belastingdienst, damn hoeveel zou dat nu weer zijn en waarom hebben die gasten verdikke meer dan 300 euro nodig van mij?” Ik besef ten volle dat mijn belastingdienst mij nog goedgezind is en dat er mensen zijn die veel meer moeten dokken voor hun kadastraal inkomen maar gelijk hoe, het werd nooit met een welkomstbanner en fladderende vlaggetjes ontvangen hier.

Enkele jaren geleden bracht ik er verandering in. Ik kocht het online programma YNAB aan en volgde een online cursus om het te leren gebruiken bij Kelly. Alléé, eerlijkheidshalve moet ik zeggen dat ik een tester was van haar online cursus maar ik kan hem alleen maar aanraden als ze hem ooit nog eens lanceert. YNAB is namelijk geen zo’n simpel programma om mee te werken, je moet er je wel eens in verdiepen alvorens het goed onder de knie te krijgen. Het programma kost ook wel iets, maar dat haal je er zeker terug uit.

Ondertussen doe ik het al een drietal jaar en het levert me jaarlijks vele euro’s op. In die mate dat ik een veel beter zicht heb op mijn inkomsten en mijn uitgaven en dat ik op voorhand al geld aan de kant zet voor facturen die op komst zijn. Zodoende kan ik zonder verpinken een verwachte factuur van 333 euro betalen zonder dat ik dat nu nog gewaar ben in mijn maandbudget, want dat geld stond reeds aan de kant. Ik kan ook voorspellen hoeveel die facturen gaan bedragen dus zet ik elke maand 1/12e van dat geld aan de kant. Zo heb ik verschillende potjes die ik vul in het programma: hospitalisatieverzekering, water, autobelastingen, schuldsaldoverzekering, etc…

Vooral het eerste jaar was het hard. Beseffen dat je potjes vult voor iets en het geld er weer moeten uithalen omdat je het nodig hebt voor iets anders. Het systeem laat schuiven met geld toe en dat is een voordeel maar kan ook voor frustratie zorgen. Zeker op het moment dat je beseft dat je in het potje “materiaal” 100 euro voorziet en ineens blijkt 275 euro uit te geven. Of omgekeerd: als je 100 euro voorziet voor een schoolfactuur maar het vakantie is en dat geld dus naar “kampjes” kan geschoven worden.

Weet je, het is pas door mijn “materiaal”-potje eens grondig te gaan analyseren dat ik ben beginnen beseffen hoeveel geld wij uitgaven aan dingen die we in feite niet nodig hebben.

Ik probeer wekelijks mijn uitgaven in te geven in YNAB. De app laat toe om het telkens te doen als je iets uitgeeft maar zo consequent ben ik niet. Maar wekelijks sta ik stil bij de aankopen en denk ik na wat het was en waarvoor we dit kochten. Daardoor swipe ik veel minder mijn kaart langs het bancontact apparaatje en doe ik dat veel doordachter.

Doordat ik mezelf telkens met de neus op de feiten druk ben ik heel anders gaan spenderen. Maar àls ik geld uitgeef doe ik dat heel bewust en soms met veel liefde.

Zeiknat en zottecontent

Ik schruwel de longen uit mijn lijf terwijl het rubberbootje door de buis naar beneden zoeft. Ik wou dat ik het gezicht van mijn oudste zoon kon zien terwijl we naar beneden racen maar ik zie enkel zijn opgetrokken schouders en zijn donkerrode kruin terwijl het water net niet over de rand klotst. Eens beneden roep ik “Nooit meer!” maar even later stappen we toch weer via het platform naar boven. “Deze keer nemen we de Yabba Dabba Doo mama!”. Liever Yabba Dabba Don’t maar ik ben in een gemoedelijke bui en glij nogmaals tierend vanachter mijn mondmasker door de Dino Splash.

Aan de uitgang prop ik het bootje terug in de lift die het naar boven brengt, daarna duw ik mijn longen terug op zijn plaats. Waar is de tijd dat we in Bellewaerde zelf ons bootje naar boven brachten? Honderden trappen omhoog, slepen en sleuren aan een rubberbootje om er in 2 seconden terug mee beneden te staan, zeiknat en zottecontent. Ik vraag me af of ik het daar ook 3 keer op rij zou doen. Ik kies ook resoluut voor de bootjeslift als er één is, maar we worden soms verwend door de opties die er zijn. Zo verwend dat we niet meer beseffen hoe goed we het hebben. Het is heel geprivilegieerd om te kunnen schrijven vanop het terras van ons vakantiehuisje, op mijn eigen laptop met mijn ochtendkoffie. Schrijven over een pretparkbezoek met mijn kinderen.

Ze krijgen niet zoveel maar ik zet graag in op belevingen. En dan nog probeer ik ze mee te geven dat niet alles evident is. Dat veel mensen het met veel minder moeten stellen. Maar ik maak tegelijk ook duidelijk dat er mensen zijn die het met veel meer doen. Het belangrijkste is dat ze beseffen dat we het goed hebben. Dat een pretparkbezoek een optie maar geen evidentie is. Het evenwicht zoeken in deze boodschappen vind ik best een moeilijke opdracht. En ik zou mezelf niet zijn als ik daar niet in mijn kop even over moet chicaneren achteraf.

“Wat vond jij het leukste vandaag mama?” Een echte Linus-vraag maar één met zoveel betekenis. “Jouw smoeltje toen we op de Vicky zaten en we keihard naar beneden zoefden.”